Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

singulier - (zonderling)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

singulier [zonderling] {1420 in de betekenis ‘afzonderlijk, uitzonderlijk, eigen’} < oudfrans singulier [idem], oorspr. singuler < latijn singularis [op zichzelf staand] (vgl. singularis).

Thematische woordenboeken

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Singulier (< Lat. adj. singularis = op zich zelf staand; buitengewoon). Math. 1) Voor een oplossing van een differentiaalvergelijkingen: niet besloten in de algemene oplossing. 2) Voor een punt van een kromme: punt, waar een bijzonderheid optreedt.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

singulier zonderling 1420 [HWS] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut