Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

singel - (stadsgracht, buikriem)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

singel zn. ‘gordel; rondweg; (NN) stadsgracht’
Mnl. singhele ‘grenslijn’ in die singele tusschen hughe arlebouds lande ende ghiselins kinder lande ‘de grenslijn tussen het land van H.A. en het land van G.'s kinderen’ [1271; CG I, 193], opter stat singhel ‘op de stadsmuur’ [1380; MNW], in sinte Cornelis capelle op de singhel ‘in de Sint-Corneliskapel aan de rondweg (langs de stadsgracht)’ [1462; MNW]; vnnl. cingele ‘buikriem, gordel’ [1573; Thes.]; nnl. singel ook ‘stadsgracht’ in als de slooten en singels dicht liggen [1874; iWNT].
Ontleend aan Oudfrans sengle, cengle ‘omheining van een stad’ [ca. 1130; Rey], eerder ‘gordel’ [1080; Rey] (Nieuwfrans sangle), dat ontwikkeld is uit Latijn cingula of cingulum ‘gordel’, afgeleid van cingere ‘omgorden’, van onzekere verdere herkomst.
De betekenis ‘stadsgracht’ heeft zich in het Nederlands ontwikkeld uit de uit het Frans ontleende betekenis ‘omheining van een stad’, omdat Nederlandse steden bijna altijd een gracht om de stadsmuur hadden.
In de katholieke kerk wordt het koord dat de priester tijdens de mis om zijn middel draagt cingel of cingula genoemd, dus gespeld met een c.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

singel1 [stadsgracht, buikriem] {cingel(e), cingle, chingel, singele [ringmuur, buikriem] 1271} < oudfrans single < latijn cingulum [gordel], van cingere [omgorden].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

singel znw. m., mnl. cinghel(e), singhel(e) v. m. ‘buitenste muur van een stad’, sedert de 16de eeuw ‘buikriem’ (1500 singhelriem, nog dial. kampens, brab., vla.), evenals mnd. singele, tsingele ‘buitenste muur, verschansing, zandbank voor de kust’, mhd. zingel m. v. ‘buikriem; buitenste muur’, ne. cingle ‘riem, gordel’ < ofra. cengle, cingle, chengle, chingle (> ne. sangle) ‘muur om een stad; gordel’ < lat. cingula ‘gordel’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

singel znw., mnl. cinghel(e), singhel(e) v. m. “buitenste muur van een stad” (ook “een soort huidziekte”), sedert de 16. eeuw ook evenals nog dial. (Kampen, brab., vla.) “buikriem” (in 1500 singhelriem m. in die bet.). Uit ofr. c(h)engle, c(h)ingle (fr. sangle) “muur om een stad, gordel” (< lat. cingula “buikriem, omgording”). Ook mhd. zingel m. v. “buikriem, buitenste muur”, mnd. singele, tzingele v. “buitenste muur, verschansing, zandbank vóór de kust”, eng. cingle “riem, gordel”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

singel 1 m. (touw), gelijk Hgd. zingel en Fr. sangle, uit Lat. cingulum (-us) = gordel, van cingere = gorden.

singel 2 m. (gracht), hetz. w. als singel 1.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

singel s.nw.
1. Pad langs 'n stadsgrag. 2. Grag rondom 'n stad. 3. Straat wat 'n sirkel vorm.
In bet. 1 en 2 uit Ndl. singel (Mnl. cingel, cingle, singele). Bet. 3 het in Afr. self ontwikkel.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

singel (Oudfrans cingle)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Singel, van ’t Lat. cingulum = gordel.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

singel ‘buikriem’ -> Papiaments † singel ‘buikriem’.

singel ‘(verouderd) grof zand, grind, stenen (aan de kust of in zee)’ -> Deens singels ‘maalstenen, kiezelstenen, kool’; Noors singel ‘(gebroken) kleine stenen die bijv. voor tuinpaden en binnenplaatsen worden gebruikt’; Zweeds singel ‘grof zand’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

singel (weg langs de buitenzijde van een) stadsgracht 1271 [CG I1, 193] <Frans

singel buikriem 1573 [Plantijn] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut