Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

simmen - (jengelen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

simmen* [jengelen] {1901-1925} klanknabootsende vorming, evenals simpen, sjimpen.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

simmen* jengelen 1872 [GVD]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1417. De lip laten hangen,

d.w.z. een ontevreden en zuur gezicht zetten, simmen (o.a. in Nest, 18; 147), summen, sumpen (Antw. Idiot. 1215), op het punt staan van te schreien, vooral van kinderen gezegd, dial. eene pan of een penneke makenNdl. Wdb. XII, 265; N. Taalgids XIV, 197.; vgl. een hanglip, een pruiler. In Zuid-Nederland eene lippe (leppe) maken, de lippe(n) spannen, - trekken, - zetten (de beide laatste ook bij ons); in Kl.-Braband zijn lippen slepen of laten hangen (Joos, 86; Teirl. II, 208); Antw. een lip trekken of zijn lip laten hangen; fr. faire la lippe, faire une grosse lippe; Zaansch: een prutlip (pruillip) zetten. Vgl. Plantijn: Lippen, de lippe hangen laten, faire le lippu, labra exerere, labiosum agere; Halma, 321: De lip laaten hangen, pruilen, bouder, faire la mine; Van Effen, Spect. IX, 63; X, 19; XI, 147; C. Wildsch. III, 304; Tuinman I, 92; Sjof. 40; Ndl. Wdb. V, 2099; VIII, 2477; Villiers, 74. De Duitschers zeggen: das Maul oder die Lippen hangen lassen; in het nd. is bekend: de Lippen hongen lâten (Eckart, 330); oostfri. hê lett de lebbe (od. lipe) hangen (Ten Doornk. Koolm. II, 481); eng. to hang one's lip (verouderd). In Groningen: de lip op 't darde knoopsgat hangen loaten (Molema, 539 b), waarmede te vergelijken is haer aenschijn hangt in den derden schakele (bij Colijn v. Rijssele, Sp. der M. 1060); in Limb. hij heeft de lippen op de klompen hangen (is slecht geluimd; 't Daghet, XII, 126); fri. de lippe (of prullippe) hingje litte.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut