Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

silo - (pakhuis voor graan enz.)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

silo zn. ‘pakhuis voor graan enz.’
Nnl. silo ‘afgedekte kuil als bewaarplaats voor granen en ander veldgoed’ in Koorn silos. Zoo noemt men in Hongarije eene eenvoudige bewaarplaats van koorn [1835; WNT watervrij], beetwortelen ... bewaard ... in lange kuilen, silo's genoemd, die met aarde gedekt worden [1881; WNT], silo ‘kokervormig graanpakhuis’ [1895; WNT], overdrachtelijk ‘woon- of kantoorgebouw met veel verdiepingen’ [1974; Koenen], ‘opslag- en lanceerplaats voor raketten’ [1976; Van Dale].
Ontleend, wrsch. via Frans silo ‘onderaardse graanopslagplaats’ [1823; TLF], aan Spaans silo ‘onderaardse voedselopslagplaats’ [1050; Corominas]. Dit woord gaat mogelijk terug op Latijn sirus ‘id.’, dat is ontleend aan Grieks sirós ‘id.’, waarvan de verdere herkomst onbekend is. De overgang van Latijn -r- naar Spaans -l- is echter ongewoon. Corominas veronderstelt daarom voor-Romaanse herkomst en verwijst naar een Keltisch woord voor ‘zaadje’ (sīlon) als collectivum ‘zaadjes’ en ‘graanopslagplaats’ waarvan dan ook Baskisch zilo, zulo ‘gat, holte’ afkomstig is.
De jonge betekenis ‘opslag- en lanceerplaats voor raketten’ is ontleend aan Amerikaans-Engels silo ‘id.’ [1958; BDE].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

silo [voederkuil, pakhuis] {1881} < spaans silo [onderaardse graanopslagplaats, silo] < latijn sirus < grieks siros [kuil, vooral voor het bewaren van graan]. Volgens anderen verwant met baskisch zilo, zulo [gat, holte], mogelijk echter met kelt. silon [zaadje].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

silo znw. m., laat-nnl. (misschien over fra.) < spa. port. silo ‘graankelder’ < lat. sirus < gr. seirós ‘kuil voor het bewaren van graan’.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† silo znw. Laat-nnl. uit spa. port. silo < gr.-lat. sîrus. Misschien via het Fr. ontleend.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

silo: pakplek v. stortgoedere (veral graan); Ndl. en Eng. (1835) silo via Sp. silo uit Lat. sirus, Gr. siros, “graanput”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

silo (Spaans silo)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

silo ‘pakhuis voor stortgoed zoals graan’ -> Indonesisch silo ‘pakhuis voor stortgoed’; Sarnami silo ‘pakhuis’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

silo pakhuis voor stortgoed zoals graan 1895 [WNT] <Spaans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut