Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

setter - (hondensoort)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

setter [hond] {1901-1925} < engels setter, van to set [zetten, stellen], dus: hond die het wild stelt, verwant met zetten.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

setter znw. m. ‘langharige engelse staande hond, die aangeeft door te gaan zitten of liggen bij de plaats waar het wild verborgen isʼ < ne. setter afl. van het ww. set ‘neerzetten, gaan zittenʼ.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

setter (Engels setter)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

setter hondensoort 1889 [Het Sportblad 1:1, 6 jun. 9a] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal