Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

servies - (stel vaatwerk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

servies zn. ‘stel vaatwerk’
Vnnl. service ende juweelen ‘tafelgerei en juwelen’ [1598; WNT], Heele services van silver ‘complete serviezen van zilver’ [1615; WNT smeden], 24 Silvere Servies Schotelen ‘24 zilveren maaltijdschotels’ [1670; Oprechte Haerlemse Courant]; nnl. Een zilver fyn servies ‘een fraai zilveren servies’ [ca. 1710; WNT].
Ontleend aan Frans service [1508; Rey] of service de table [1500; TLF], beide ‘vaatwerk of linnen bestemd voor de dis’, eerder al servise ‘geheel van schotels opgediend voor een maaltijd’ [1175; Rey], een betekenisontwikkeling die ook blijkt uit faire la service ‘aan de dis dienen’ [begin 13e eeuw; Rey]. Servise betekende aanvankelijk ‘verplichtingen’, eerst ‘verplichtingen tegenover God’ [ca. 1050; Rey], later ook ‘feodale verplichtingen’ [1080; Rey] en is ontleend aan Latijn servitium ‘slavendienst’, een afleiding van servus ‘slaaf’. Zie → serveren, zie ook → servet.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

servies [stel vaatwerk] {1564} < frans service [idem] < latijn servitium [dienst], van servire [dienen] (vgl. serveren).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

servies znw. o. eerst nnl. < fra. service < lat. servitium ‘dienstʼ, vgl. de uitdr. servir la table ‘borden op de tafel zettenʼ. — > russ. servíz (sedert de 18de eeuw, vgl. R. v. d. Meulen, Verh. AW Amsterdam 66, 2, 1959, 82).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

servies o., uit Fr. service = 1. dienst, 2. wat men aan tafel opdient, enz., van Lat. servitium, afgel. van servire = dienen, verwant met servare = bewaren.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

servies s.nw.
Stel borde, skottels, asook koppies, pierings, ens. wat bymekaar pas.
Uit Ndl. servies (ongeveer 1710). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902) in die vorm serfiis.
D. Service, Eng. service (1669), Fr. service (11de eeu).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

servies (Frans service)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

servies ‘stel vaatwerk’ -> Russisch servíz ‘stel bijeenbehorend vaatwerk voor een maaltijd, voor het schenken van koffie of thee’; Oekraïens serviz ‘stel vaatwerk’ ; Javaans serpis ‘stel vaatwerk’; Soendanees serpis ‘stel vaatwerk’; Papiaments sèrvis (ouder: servies) ‘stel vaatwerk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

servies stel vaatwerk 1710 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut