Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

serum - (bloedvloeistof met antistoffen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

serum zn. ‘bloedvloeistof met antistoffen’
Nnl. serum ‘dunne lichaamsvloeistof’ in verdikt “Serum” [1793; Vad.lett., 565], serum ‘bloedvloeistof’ [1842; Mulder], bloedserum ‘id.’ [1844; Kliniek], serum ‘bloedvloeistof met antistoffen’ in injectie met het serum van hondenbloed [1891; Leeuwarder Courant].
Internationale wetenschappelijke ontlening aan Latijn serum ‘wei, waterige vloeistof die van melk overblijft na afscheiding van kaasstoffen’. Bloedserum of kortweg serum wordt op een vergelijkbare manier verkregen: het is de vloeistof die overblijft als men bloed laat stollen en het stolsel afcentrifugeert. Het serum van dieren met antistoffen tegen bepaalde vergiften of ziekteverwekkers (antiserum) wordt sinds het einde van de 19e eeuw gebruikt voor de inenting tegen vergiftiging of ziekte.
Latijn serum is verwant met: Grieks orós ‘wei’; Albanees gjizë ‘zachte kaas’; Tochaars B ṣarwiye ‘kaas’ (IEW 910). Of hierbij daadwerkelijk gedacht moet worden aan afleiding van een wortel pie. *ser- ‘stromen’ (IEW 909), is zeer twijfelachtig.
seropositief bn. ‘besmet met het aidsvirus’. Nnl. seropositieve ... rat ‘rat met antistoffen (tegen bepaalde infectie) in het bloedserum’ [1934; Appelman], seropositieven “mensen die antistoffen tegen het aids-virus hebben” [1987; Leeuwarder Courant]. Internationale term, gevormd uit serum en → positief. Ook seronegatief ‘met negatieve serumreactie’ komt voor [1934; Appelman].
Lit.: G.J. Mulder (1842), Scheikundige onderzoekingen, enz., dl 1, Rotterdam, 513; Kliniek, tijdschrift voor wetenschappelijke geneeskunde 1 (1844), 83; J.M. Appelman (1934), Het isoleeren van Leptospira icterohaemorrhagiae uit water, Leiden, 95-97

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

serum [bloedwei, bloedvloeistof met antistoffen] {1904-1905 als ‘bloedvloeistof met antistoffen’; de betekenis ‘bloedwei’ 1910} < latijn serum [wei (het waterige bestand van gestremde melk), weiachtige vloeistoffen, o.a. sperma], verwant met grieks hormaō [ik zet me in beweging] (vgl. hormoon).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

serum: bloedwei/-water; entstof uit bloedvloeistof v. geënte mense of diere; Ndl., Eng. e.a. tale serum uit Lat. serum, “melkwei” (waterige deel v. melk), hieruit afl. m. sero-, bv. serologie.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

serum (Latijn serum)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

serum ‘bloedvloeistof met antistoffen’ -> Javaans serum ‘bloedvloeistof met antistoffen’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

artsexamen [examen dat men moet afleggen om de titel van arts te krijgen] (1865). De nieuwe wet op de geneeskunde van 1865 maakt melding van het ‘artsexamen’. De kennis van medische zaken neemt in deze periode toe. Zo constateert neerlandicus Jan te Winkel in het gedenkboek Eene halve eeuw 1848-1898: “Opmerkelijk is vooral onder beschaafde of zelfs minder beschaafde leeken het toenemend gebruik van medische termen. Wat vroeger “zenuwzinkingkoorts” heette, wordt nu typhus of typheuse koorts genoemd, en de “briefjes” van besmettelijke ziekten hebben een lastig woord als diphtheritis zelfs reeds onder het lagere volk in gebruik doen komen, met serum er bij. Van désinfecteeren en antiseptisch spreken zelfs barbiers en haarsnijders, zooals dienstboden van bacteriënvrije, gesteriliseerde en gepasteuriseerde melk. Koortsthermometers zijn reeds in vele gezinnen voorwerpen van huiselijk gebruik geworden, en wie vroeger niet anders wist of koorts was koorts (gewoon, anderdaagsch of derdendaagsch) heeft nu den mond vol van intermitteerende koorts en malaria. Wie vroeger alleen van “tering” sprak, spreekt nu liefst van tuberculose. Wie vroeger alleen “verkoudheid” kende, gewaagt nu ook van bronchitis. Nu “constateert” men ook als leek een maagcatarh, wanneer men vroeger alleen beweerde, dat “de maag van streek” was. En sinds de “griep” epidemisch en onder zoo verschillende gedaanten is opgetreden, is het oude, bijna geheel vergeten woord influenza een woord van den dag geworden. [...] Zielkunde en zielsziekten zijn onderwerpen van algemeene belangstelling geworden, en ieder weet nu te praten van neurasthenie als van eene kwaal des tijds. Magnetiseurs en somnambules waren vroeger bekend: hypnotiseurs zijn eerst in het laatste kwart onzer eeuw meer algemeen ter sprake gekomen, en suggestie is zulk een gewoon woord geworden, dat men het ook reeds telkens hoort gebruiken, wanneer er niet bepaald van suggestie in hypnose sprake is.”

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

serum bloedvloeistof met antistoffen 1898 [Te Winkel 332] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut