Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

seks - (geslachtsverkeer)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

seks zn. ‘geslachtsverkeer’
Nnl. sex ‘wat op seksuele prikkeling gericht is’ in wordt de sex er breed in uitgemeten (over piratenfilm) [1955; Leeuwarder Courant], seks, sex ‘geslachtsgemeenschap’ [1955; Aalberse].
Ontleend aan Engels sex ‘geslachtsgemeenschap’ [1929; OED], eerder al ‘eigenschap man of vrouw te zijn’ [1526; OED], ook ‘personen van een bepaald geslacht’ [1382; OED], een ontlening aan Latijn sexus ‘(mannelijk of vrouwelijk) geslacht’.
Van Latijn sexus is de herkomst onzeker. Het heeft als nevenvorm secus en is mogelijk gevormd bij het werkwoord secāre ‘snijden’, zie → sectie.
Onder invloed van de spelling in het Engels en de andere West-Europese talen én omdat de lettercombinatie ex in het Nederlands al eeuwenlang volkomen geaccepteerd is in woorden met ex- als voorvoegsel, worden seks en de woorden die met seks- beginnen vaak met x gespeld, maar de moderne spelling schrijft ks voor.
seksueel bn. ‘de seksualiteit of de sekse betreffende’. Nnl. eerst sexuaal, sexuel “het geslacht, of de geslachtsdrift (sexus) betreffende” [1824; Weiland], dan sexueel onderscheid ‘onderscheid naar sekse’ [1827; Van Hall e.a.], de sexuele moraal ‘moraal de seksualiteit betreffende’ [1878; Groene Amsterdammer]. De vorm op -aal, vermoedelijk via Duits sexual ‘geslachtelijk, op het geslacht betrokken’ [1787; Schulz], ontleend aan Neolatijn sexualism.b.t. het geslacht’, een afleiding van klassiek Latijn sexus ‘sekse’. De huidige vorm is ontleend via Frans sexuelm.b.t. het geslacht’ [1742; TLF], ook ‘m.b.t. de seksualiteit’ [1835; TLF]. ♦ seksualiteit zn. ‘geslachtelijkheid, geslachtsleven’. Nnl. de leer der sexualiteit (‘geslachtelijkheid’) en bevruchting der planten [1849; Gids, 1, 41], overheerscht worden door het element der sexualiteit (‘geslachtsleven’) [1926; WNT]. Ontleend aan Frans sexualité ‘wat gebonden is aan bepaald geslacht’ [1838; TLF], later ook ‘sexueel gedrag’ [1884; TLF], geleerde afleiding van sexuel.
Lit.: H.B. Aalberse (1955), De liefde van Bob en Daphne, 2e druk, Oisterwijk, 114 en 140; H. C. van Hall e.a. (1827), Bijdragen tot de natuurkundige wetenschappen, 2e deel, 2e stuk, Amsterdam, 278

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

seks [seksuele omgang] {na 1950} < engels sex < latijn sexus [geslacht, sekse, oorspr. verdeling] (vgl. sekse).

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

sex

In het Latijn bestaat een werkwoord secare: snijden, scheiden, verdelen. Daarbij behoort het woord sexus voor: afdeling, groep en vandaar: geslacht of met een ouderwets woord: kunne. Van dit sexus is weer een bijvoeglijk naamwoord sexualis afgeleid in de betekenis: tot het geslacht behorend.

Het Latijnse sexus leverde het Franse sexe op dat onveranderd in het Nederlands werd overgenomen. Pas van de laatste tijd is de overneming uit het Engels van het woord sex dat zonder e wordt geschreven. Onder sexe verstaat men eenvoudig: geslacht, onder sex: de aantrekkingskracht die het ene geslacht op het ander uitoefent.

Daarvoor kent men ook de uit Amerika overgenomen term sex-appeal. Al deze woorden zijn internationaal.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

seks s.nw., ww.
1. Geslag. 2. Geslagsgemeenskap, of geslagsgemeenskap hê.
Uit Eng. sex (1382 in bet. 1, 1929 in bet. 2).
Eng. sex in bet. 1 uit Fr. sexe (12de eeu) of Latyn sexus 'geslag', wat verwant is aan Latyn secare 'sny, verdeel', wsk. n.a.v. die Griekse mite oor die ontstaan van die geslagte. Bet. 2 ontwikkel uit bet. 1 en is eerste opgeteken in die werk van die skrywer D.H. Lawrence.
D. Sex (laat-20ste eeu) 'geslagsgemeenskap', Ndl. seks (ná 1950) o.a. 'geslagsgemeenskap, manlike en vroulike geslagsdeel'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

seks (Engels sex)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

seks ‘seksuele omgang’ -> Indonesisch séks ‘seksuele omgang’ (uit Nederlands of Engels); Papiaments sèks ‘seksuele omgang, erotiek’ (uit Nederlands of Engels); Sranantongo sèks ‘seksuele omgang’ (uit Nederlands of Engels).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

seks seksuele omgang 1976 [GVD] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut