Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

scrimmage - (worsteling)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

scrimmage [worsteling] {1901-1925} < engels scrimmage, variant van skirmish (vgl. schermutselen).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

scrim’ma (de, -’s), (uitspr. skrie’ma), kort voor scrimmage*: z.a.

scrimma’ge (de, -s), (uitspr. skriema’zje), doelworsteling, scrimmage bij voetbal. - Etym.: Het is een E woord (bet. daar i.h.a. ’schermutseling’) en wordt ook in Ned. E uitgesproken: skrim’medzj. In het SN echter is de uitspr. F.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

scrimmage zn. Ontleend aan het Engels.
[sport] = doelworsteling, spelerskluwen, kluts. Plotseling schoot uit de spelerskluwen de bal het doel in.
Bij rugby duwen de spelers bij een afscherming op elkaar in om de 'bal' van de tegenstander weg te houden.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal