Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sciencefiction - (toekomstverhaal)

Etymologische (standaard)werken

Diverse auteurs (2011-), Etymologiewiki

Naast sciencefiction worden ook afkortingen gebruikt om dit literaire genre aan te duiden: sf, sci(-)fi en essef. De afkorting sf [1964; in de boektitel De beste SF - Science Fiction verhalen] is de meest gebruikelijke; deze komt ook in het Engels voor [1929; BNW]. De Nederlandse variant essef [1970; in de boektitel Russiese essef] komt veel minder vaak voor. De afkorting sci-fi (ook scifi en sci fi) [1971; in de boektitel De beste sci-fi uit Amazing & Fantastic] is ontleend aan Amerikaans Engels sci-fi [1949; BNW]. Dit is door Forrest J. Ackerman (1916-2008) gevormd naar klankanalogie met hi-fi. Over de waardering van deze afkorting bestaat discussie: veel fans van het genre vinden sci-fi en sciencefiction gelijkwaardige termen, maar evenveel andere fans vinden dat sci-fi betrekking heeft op een minderwaardige variant met vooral veel spektakel en weinig diepgang.

BNW = Jeff Prucher (ed.), Brave New Words. The Oxford Dictionary of Science Fiction (OUP, 2007).

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

sciencefiction zn. ‘toekomstverhaal’
Nnl. science fiction ‘toekomstverhaal’ in het enige Nederlandse “Science Fiction” magazine [1949; ondertitel van tijdschrift Fantasie en wetenschap], ‘technologisch hoogstandje dat nog niet echt bestaat’ [1992; Koenen/Smits].
Ontleend aan Engels science fiction ‘toekomstverhaal op basis van wetenschappelijke ontwikkelingen’ [1927; Prucher 2007], samengesteld uit science ‘exacte wetenschap’ [1678; OED], eerder ‘kennis verkregen door studie’ [ca. 1300; OED] (via Oudfrans ontleend aan Latijn scientia ‘kennis’, een afleiding van scīre ‘weten’; zie → scheiden) en fiction ‘verzonnen verhaal’ [1599; OED], eerder ‘wat bedacht is’ [1398; OED], ontleend aan Latijn fictiō (genitief -ōnis) ‘gevormd voorwerp’, een afleiding van de stam van fingere ‘vormen’, zie → fingeren.
In het Engels is de term science fiction eerder al eenmalig geattesteerd in de betekenis ‘verhaal met een wetenschappelijke component’ [1851; OED]. Daarna verschijnen in de huidige betekenis van science fiction de termen scientific fiction ‘id.’ [1876; BNW] en scientifiction [1916; BNW]. In 1927 werd science fiction door Hugo Gernsback (1884-1967) voor het eerst in de huidige betekenis gebruikt in het tijdschrift Science Wonder Stories.
De gebruikelijke afkorting voor dit genre is sf (of SF); daarnaast komen sporadisch afkortingswoorden voor als essef, scifi en varianten daarop.
Lit.: J. Prucher (red., 2007), Brave New Words. The Oxford Dictionary of Science Fiction, Oxford

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

science fiction (Engels science fiction)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

sciencefiction toekomstverhaal met technische uitvindingen als uitgangspunt 1955 [Aanv WNT] <Engels

Winkler Prins Boek van het jaar (1958-1980), Amsterdam / Brussel (lemma ‘Nieuwe woorden in onze taal’)

Science-fiction (1958) de vorm van gefantaseerde lectuur, die recente wetenschappelijke, eigenlijk meer technische, vindingen als uitgangspunt heeft; vooral de ruimtevaart* speelt daarin een belangrijke rol. - Met een accentverschuiving ontstaat de fïction-science, eveneens nog fantastisch, maar met een consciëntieuzer uitgangspunt: men extrapoleert uit reeds bereikte wetenschappelijke resultaten niet al te onwaarschijnlijke mogelijkheden.
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut