Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

schurk - (wrijfpaal)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

schurken ww. ‘(zich) wrijven’
Vnnl. schurken ‘de schouders samentrekken, ineenkrimpen, ineenhurken’ in Ick sweeten doe en schurcken De Sarasynen fel ‘ik laat de boosaardige Saracenen zweten en ineenkrimpen (van angst)’ [1610-19; WNT], ‘zich schuren in zijn kleding, (zich) wrijven, krabben’ in Teeuwen schurckt, en vrijfft zijn handen [1623; WNT].
Herkomst onzeker. Gewestelijk is schurk ‘wrijfpaal voor het vee’ bekend, dat net als schurken van voor-Indo-Europese oorsprong kan zijn. Mogelijk afgeleid van schuren ‘(drukkend) wrijven’, zie → schuren. Voorts Noors skurka ‘een schurend geluid maken’, IJslands skurka ‘lawaai maken’, maar directe ontlening daaraan lijkt onwaarschijnlijk.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

schurk 1 m. (schurkpaal), verbaalabstr. van schurken + dial. Eng. to sherk: intens. van schuren.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut