Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

schrijn - (kistje)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

schrijn zn. ‘kistje’
Mnl. schrinen (wrsch. abusievelijk een meervoudsvorm) ‘kistje, kastje voor het bewaren van kostbaarheden’ [1240; Bern.], scrine, scrijn ‘id.’ in scrijnmakere ‘schrijnwerker, kastenmaker’ [1288-1301; VMNW].
Ontleend aan middeleeuws Latijn scrinium ‘kist; kastje voor het bewaren van relieken en andere kostbaarheden; doodkist’, betekenisuitbreiding van klassiek Latijn scrīnium ‘koker voor het bewaren van boekrollen, brievenkistje’. Verdere herkomst onzeker.
Evenzo ontleend zijn: mnd. schrīn; ohd. scrīni (nhd. Schrein); ofri. skrīn; oe. scrīn (ne. shrine); ozw. skrin (nzw. skrin); alle ‘schrijn’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

schrijn [kistje] {schrine, schrijn 1201-1250} < latijn scrinium [koker voor het bewaren van boekrollen, brievenkistje, boekenkastje].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

schrijn znw. o. m., mnl. scrȋne, scrijn, scrȋnen o. m. ook v. ‘kistje, kastje, vooral voor kostbaarheden, doodkist, relikwieënkasʼ, mnd. schrīn o., ohd. scrīni o. < lat. scrīnium ‘schrijn, kastjeʼ. De westgerm. woorden gaan terug op een grondvorm *skrīnia-; daarnaast werd in de kringen der geestelijkheid het lat. woord als *skrīna overgenomen, waaruit oe. scrīn o. ‘kistje voor kostbaarheden, relikwieënkast, ijzeren kooiʼ (ne. shrine) en hieruit on. skrīn o. ‘schrijn van een heiligeʼ.

Het lat. woord betekende eigenlijk ‘ronde koker voor het bewaren van boeken, papieren en zalvenʼ, het behoort tot de idg. wt. *(s)kerei afl. van *(s)ker ‘draaien, buigenʼ, waarvoor zie: schraag. — In een algemener bet. van ‘(kunstvol gemaakte) kastʼ leeft het voort in schrijnwerker, mnl. scrȋnewerker. — Het schijnt dat bij de overname het lat. woord ook als scrĭnium gesproken of gehoord werd; daaruit verklaren zich mnl. screinen, screne, screen, wvla. schrene, westf. schrain, owfri. schrene.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

schrijn znw. (alg.-ndl. nog archaïseerend en in schrijnwerker, mnl. scrînewerker m.), mnl. scrîne (scrijn, scrînen) o. m. en gew. v. “kistje, kastje, vooral voor kostbaarheden en geld, doodkist, reliquieënkas”. = ohd. scrîni o. (nhd. schrein m.), mnd. schrîn (*schrîne) o. “id.”. Uit lat. scrînium “schrijn, kistje”. Ags. scrîn o. “kistje voor kostbaarheden, reliquieënkas, ijzeren kooi” (eng. shrine) wijst met zijn afwijkenden stamvorm *skrîna-: continentaalwgerm. *skrînia-) op ontl. langs anderen weg, na de afscheiding van ’t Continentaalwgerm. Voor ’t Ofri. is *skrîne o. “kastje voor kostbaarheden” waarschijnlijker dan *skrîn; de dat. skrîne is overgeleverd. On. skrîn o. “doodkist van een heilige” uit ’t Wgerm., wsch. uit ’t Ags. Opvallende bijvormen zijn mnl. screinen (in varianten bij Hildegaersberch), screne (ê, ē?), screen, wvla. schrene, westf. schrain, Osnabrücksch schrên, owfri. schrene; voor de vormen met ē vgl. bij lelie.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

schrijn o., Mnl. scrine, gelijk Hgd. schrein, Eng. shrine en Fr. écrin, uit Lat. scrinium.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

skryn II: s.nw., (veral in) skrynwerk(er); Ndl. schrijn (Mnl. scrijn/scrine), Hd. schrein, Eng. shrine, “tot meubel bewerkte kas/kis”, uit Lat. scrinium, “kas/kis vir bewaring v. briewe/geskrifte”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

schrijn (Latijn scrinium)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Schrijn, van ’t Lat. scrinium = kastje; vgl. schrijnwerker.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

schrijn ‘kistje’ -> Deens skrin ‘kistje, doos’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors skrin ‘kistje’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

schrijn kistje 1240 [Bern.] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut