Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

schorseneer - ((eetbare wortel van de) Scorzonera hispanica)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

schorseneer zn. ‘(eetbare wortel van de) Scorzonera hispanica
Vnnl. eerst alleen als kunstwoord scorzonera “adderskruidt, slangekruidt” [1663; Meijer], dan scorzoneer in Ter teeling van de Wortels die men Scorzoneeren noemt [1779; iWNT], Schorsoneer-wortelen [1737; iWNT], schorseneren [1839; iWNT].
Ontleend aan Frans scorsonère ‘schorseneer’ [1651; Rey], eerder al scorzonère [1620; Rey], scorzonera [1572; Rey], dat ontleend is aan wetenschappelijk Neolatijn scorzonera of Italiaans scorzonera, dat op zijn beurt, net als Spaans escorzonera (met oudste vindplaats escuerçonera [1565; Corominas]), is ontleend aan Catalaans escurçonera ‘schorseneer’ [1587; Corominas], een afleiding van escurçó ‘adder’. Het sap van de wortel van de schorseneer stond bekend als middel tegen slangenbeten. De herkomst van escurçó is onzeker; wrsch. gaat het net als Italiaans scorzone ‘adder’ terug op vulgair Latijn *excurtione, dat een nevenvorm is van Laatlatijn curtio (genitief -ionis) ‘adder, kleine slang’, een afleiding van klassiek Latijn curtus ‘kort’, zie → kort.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

schorseneer [plant] {scorzonera 1663, scorzoneere 1769, schorseneer 1836} < frans scorsonère < italiaans scorzonera < spaans escorzonera < catalaans escurçonera, van escurço [adder] < latijn curtio [adder], van curtus [kort], vanwege zijn kleine afmetingen. De schorseneer werd gebruikt tegen de beet van een adder.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

schorseneer znw. v. of schorseneel, eerst na Kiliaen, wellicht over fra. scorsonère < spa. escorzonera, ital. scorzonera, afgeleid van scorzone ‘slangensoort’ < lat. curtione (nom. curtio) ‘slang’, zo genoemd naar de lange zwarte wortels.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

schorseneel, schorseneer znw., schorseneel is gedissimileerd uit schorseneer, nog niet bij Kil. Uit spa. escorzonera, it. scorzonera (van scorzone “een soort slang” met de bet. “geneesmiddel tegen een slangebeet”?) ontleend. misschien via fr. scorsonère.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

schorseneel v., over Fr. scorsonère, van It. scorzonera, van Sp. escorzonera, afgel. van escorzon, It. scorzone = giftige slang, tegen wier beet de plant een middel was. Oorspr. van escorzon is onbek.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

schorseneren [bepaalde plant]. Is ook dit woord van vreemde oorsprong? Ongetwijfeld, zoals men reeds kan opmaken uit de onzekerheid van vorm en spelling. In de schrijftaal gebruikt men naast schorseneer ook schorseneel, ten gevolge van de gewone verwisseling van de liquidae, maar in de volkstaal komen erger verbasteringen voor, waaronder schotse nero’s zeker wel de grappigste is. Ik herinner mij zeer goed dat ik reeds als kind dacht dat schorseneer eigenlijk écorce noire betekende, en ik ben in die mening gebleven tot ik later mij overtuigde dat die uitdrukking in het Frans onbekend is, en de schorseneer in die taal in het dagelijks leven salsifis, maar meer wetenschappelijk scorsonère heet. Nu, dat dit laatste geen oorspronkelijk Franse benaming is, maar uit een vreemde taal afkomstig moet zijn, was gemakkelijk in te zien. Van Dale hielp mij nu aan een vroegere reeds half vermoede verklaring, waaraan ik lange tijd niet twijfelde. Schorseneer zou het Italiaanse scorza nera zijn, dat evenals écorce noire ‘zwarte schors’ betekent, en de Hollandse vorm nog gemakkelijker schijnt te verklaren. Van Dale’s mening werd ook bevestigd door het gezag van Littré (onder Scorsonère) en door de vergelijking van het Duitse Schwarzwurzel.

Intussen hadden die schrijvers een kleinigheid, maar een belangrijke kleinigheid over het hoofd gezien, of althans niet genoegzaam in aanmerking genomen. Heet de schorseneer in het Italiaans wel scorzanera? De vorm is inderdaad enigszins anders; hij luidt scorzonera, en geen taalkundige zal zeker in staat zijn uit de samenstelling van scorza en nera, wanneer die als substantief en adjectief worden bijeengevoegd, scorzonera te verkrijgen. Reeds het Franse scorsonère had Littré moeten waarschuwen.

Voorgelicht door deze eerste moeilijkheid, ontdekt men weldra nieuwe bezwaren. Is zwarte schors voor de schorseneren wel een goede naam? Zij hebben een zwarte schors — ja! — maar niet aan het zichtbare deel van de plant, maar alleen als bekleedsel van de als spijs gebruikte vlezige penwortel. Schwarz-wurzel is daarom een goede naam, maar zwarte schors zou vreemd gekozen zijn voor een plant, waarvan slechts de wortel een zwarte schors heeft.

Is de naam Italiaans, dan dient de plant ook wel uit Italië afkomstig of van Italië uit over Europa verspreid te zijn. Maar is dat werkelijk het geval? De botanische naam is Scorzonera Hispanica, en ofschoon die naam niet als een afdoend bewijs kan gelden dat de plant niet vroeger in Italië dan in Spanje is bekend geweest, is hij toch voldoende om bij het zoeken van het land van herkomst onze aandacht vooral bij Spanje te bepalen.

In het Italiaans-Franse woordenboek van de abt De Villanova wordt Scorzonera aldus verklaard: ‘Sorta da pianta, venuta dall’ Indie in Europa, e che prende tal nome, per preservar essa dai morsi dello scorzone,’ dat is ‘een soort van plant, uit Indië naar Europa overgebracht, en die deze naam draagt omdat zij beveiligt tegen de beten van de scorzone.’ Scorzone wordt in hetzelfde woordenboek verklaard door ‘Specie di serpe velenosissima di color nero,’ dat is een soort van zwartkleurige, zeer vergiftige slang (adder).

Deze verklaring wordt opgehelderd door de volgende bijzonderheden, medegedeeld in Lindley en Moore, Treasury of Botany onder Scorzonera: ‘Scorzonera Hispanica is a native of Spain; but is cultivated in this country [Engeland], and the root is sold in the markets as Scorzonera, a name derived from escorza, the Spanish name of a serpent, in allusion to its cooling antifebrile effects, it having formerly been employed in Spain on account of these properties for the cure of serpent-bites. It has also sometimes been called viper’s grass.’

De afleiding van Scorzone met de uitgang -era is zeker te verkiezen boven die van Scorza nera; maar wanneer Spanje terecht als het vaderland van de plant beschouwd wordt, zal men als grondwoord niet escorza (waarvan ik betwijfel of het bestaat), maar escorzon, dat in het Spaans aan scorzone schijnt te beantwoorden, behoren aan te nemen. De voorslag e voor sc is in het Spaans volkomen regelmatig, en doet niets ter zake. Ook de plant wordt in het Spaans escorzonéra genoemd. [V]

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

schorseneer (Frans scorsonère)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Schorseneel (voor schorseneer), van ’t Fr. scorsonère en dit van ’t It. scorzonera – zwarte plant.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

schorseneer plant 1663 [Claes] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut