Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

schop - (loods)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

schop4* [loods] {schop(pe) [tentje, kraampje, winkeltje, schuurtje] 1343-1345} oudhoogduits scopf [afdak] (hoogduits Schuppen), oudengels scoppa [afdak voor vee] (engels shop); wel te verbinden met schoofschob.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

schob 2 v. (kraam), Mnl. scop(pe) + Ohd. scopf (Mhd. schopf, Nhd. schuppen), Ags. sceoppa (Eng. shop). Uit Germ. komt Fr. échoppe.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

schop ‘(gewestelijk) loods, schuur’ -> Engels shop ‘winkel; werkplaats; kantoor, zaak’ ; Frans échoppe ‘kraampje (verouderd); klein huis met alleen begane grond (Bordeaux)’; Baskisch xopa ‘schippershut bij de achtersteven, waarin de levensmiddelenvoorraden bewaard worden’ .

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut