Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

school - (schare, groep)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

school 2 zn. ‘groep’
Mnl. schole ‘groep dieren’ in so ghelieue es hare scole ‘zo geliefd is hun eigen soort’ [1287; VMNW], scole ‘menigte mensen, bende, legerschaar’ in Daer quam Cilla met sire scole ‘daar kwam Cilla met zijn leger’ [1300-25; MNW-R].
Wrsch. hetzelfde woord als → school 1 (MNW, NEW, Toll., Kluge, EDale, VMNW), waarbij een overgangsbetekenis ‘verzameling leerlingen rondom hun meester’ verondersteld wordt. Reeds in het Laatlatijn is schola in de betekenis ‘troep soldaten’ geattesteerd.
Os. scola (mnd. schole); ohd. scuola (nhd. Schule); oe. scolu (ne. shoal); alle ‘menigte’. Ne. school ‘menigte vissen’ is ontleend aan het Nederlands. Hetzelfde geldt wrsch. voor nfri. skoal ‘menigte’. In het Hoog- en Nederduits valt het woord net als in het Nederlands samen met dat voor ‘onderwijsinstelling’.
FvW (en in navolging daarvan WNT) vergelijkt het woord met → schaar 2 ‘menigte’ en wil school ‘menigte’ < pgm. *skula- ‘afdeling’ afleiden van de wortel pie. *skel- ‘snijden, splijten’, zie → schil. Formeel is dit mogelijk, maar volgens NEW is deze veronderstelling toch minder aannemelijk.
Oorspr. werden allerlei dierengroepen met het woord aangeduid, maar vanaf de 18e eeuw alleen nog groepen vissen. Daarnaast bestaat sinds de 14e eeuw de ruimere betekenis ‘menigte (ook van mensen)’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

school2 [schare, groep] {schole 1287} is hetzelfde woord als school1, vgl. latijn schola [(garde)korps].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

school 2 znw. v. ‘menigte’, mnl. scole ‘menigte, troep; zwerm van dieren’, os. skola, oe. sceolu (ne. shoul). — Hetzelfde woord als school 1; reeds in het laat-lat. bet. schola ‘troep soldaten’ en dus teruggaand op de ‘schaar van leerlingen om een leermeester’ (Brøndal, Substr. og laan 1917, 138).

De verklaring van FW 591 als germaans woord bij de idg. wt. *skel ‘splijten’, waarvoor zie schel 1 is niet aannemelijk, ook al wordt zij gesteund door de bet. van schaar 1. — In de bet. ‘school vissen’ > ne. school (sedert ± 1400, vgl. Bense 348).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

school II (menigte), mnl. scōle v. == os. skola, ags. sc(e)olu (eng. shoal) v. “troep, afdeeling”. Staat tot de basis sqel- “snijden, splijten” (zie schel I) als on. skor v. “getal van 400”, ook “keep, spleet” tot sqer-. Zie hiervoor en ook voor de bet.-ontwikkeling bij schaar I.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

school II (menigte). Waarschijnlijker is de hypothese (o.a. door Brøndal Substr. og Laan 138 vlg. verdedigd) dat dit woord een oude ontl. is uit lat. schola (zie bij school I) in de bet. ‘corps, troep’. Eng. school (of fish) uit het Ndl.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

school 2 v. (menigte), Mnl. scole, Os. scola + Ags. scolu (Eng. shoal, scull), evenals schol 1., met de bet. afdeeling, van denz. wortel als schel 2.; vergel. ook schaar1.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

3skool s.nw.
Groot trop visse.
Uit Ndl. school (1724 - 1726). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
Eng. school (1400).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

School (troep, menigte: een school visschen) van skel, zie Schil; school is dus afsnijding, afdeeling van iets, evenals schaar (z. d. w.); hieruit ontwikkelde zich de bet. van groep, menigte, troep. Samenscholen is dus zich samen voegen tot een groep, schaar; vgl. scharen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

school ‘schare, groep’ -> Engels shoal ‘schare, groep (van vissen, ook wel vogels)’; Engels school ‘schare, groep van vissen, menigte personen’; Deens skole ‘groep (wal)vissen’ (uit Nederlands of Engels); Amerikaans-Engels school ‘schare, groep vissen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

school schare, groep 1287 [CG NatBl]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut