Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

schok - (bonenpeul)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

schok2* [bonenpeul] {1597} etymologie onbekend, maar vermoedelijk van schok1.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

schok 3 znw. v. ‘bonepeul, hauw’. — De verklaring in WNT als zou het woord hetzelfde zijn als schok 2, is niet bevredigend. Eerder zou men kunnen denken aan ‘iets dat bedekt’ en dan verband leggen met de idg. wt. *skeu ‘bedekken’ (waarvoor zie: schuilen), en dan van een afl. *skeug (maar IEW 953 vermeldt alleen de afl. *(s)keuk-.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

schok 3 v. (peul), + Ags. scyccels = overtrek: oorspr. onbek.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut