Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

schilfer - (losgeraakt blaadje)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

schilfer zn. ‘losgeraakt blaadje’
Mnl. schulfer ‘huidschilfer’ in joecte ende crusteren vele ende sculferen ‘veel jeuk en korsten en schilfers’ [1351; MNW-P]; vnnl. schelfer, scheffel ‘klein stukje van iets’ [1546; Claes 1994a], schelve ‘huidschilfer’ in Alst also droge is, so maeket weder nat daer die schelven sijn ‘als het (haar) droog is, maak het dan weer nat waar de schilfers zitten’ [1551; MNW schelfe], schelffe ‘klein stukje, splinter; schil’ [1574; Kil.], ook ‘vissenschub’ [1588; Kil.], schelffer ‘klein stukje; splinter’ [1588; Kil.], Haar hair ... was doorzaait met een ontelbare menigten van schilferen [1657; iWNT].
Schilfer is een jongere variant van schelfer. Men leidt het woord meestal af van vnnl. schelf ‘stellage van planken; stapel hooi e.d.’ (FvW, NEW, EDale); de gemeenschappelijke betekenis is ‘plak, schijf’, in het ene geval groot, in het andere klein. Schelf zelf zou afgeleid zijn van dezelfde Indo-Europese wortel met de betekenis ‘klieven, snijden’ waarvan ook → schil is afgeleid. Misschien is er sprake van een contaminatie van schel/schil en de betekenisverwante woorden mnl. scheve en schever, zie → schijf.
Mnl./mnd. scheve ‘klein stukje’ (vanwaar nde. skæve ‘id.’); ne. sheave/shive ‘id.’; daarnaast bestaat schever in de samenstelling scheversteen ‘kiezelsteen’, en in de andere Germaane talen: mnd. schever, schiver ‘schilfer, scherf, splinter’; ohd. skiverro ‘id.’ (nhd. Schiefer ‘leisteen’, Oostenrijks-Duits ‘splinter’); me. scifre ‘id.’ (ne. shiver ‘splinter’).
schilferen ww. ‘schilfers afgeven’. Vnnl. schelfferen ‘in splinters of kleine stukjes breken’ [1588; Kil.], De Cabbeljauw ende Schel-visch ... zijn schilferende ‘... geven schilfers af’ [1642; iWNT visch]. Afleiding van schilfer.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

schilfer* [afgebroken blaadje] {schelfer 1546} middelnederduits schelver; afgeleid van schelf2.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

schilfer znw. m., met secundaire i uit Kiliaen schelffer ‘schub, kruimel, afgeschilferd stuk vis, spaander, splinter, brokje’, mnd. schelver ‘afgeschilferd stuk’. Mnl. sculfer(e) zal wel een u voor de volgende labialengroep gekregen hebben. — Afl.: schilferen, mnl. schulveren, Kiliaen schelfferen. — Zie verder: schelf.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

schilfer znw., met onoorspr., wsch. dial. i (vgl. schil: schel I) uit Kil. schelffer “schub, kruimel, afgeschilferd stuk visch, spaander, splinter, brokje”, niet uit het Mnl. bekend. = mnd. schelver “afgeschilferd stuk”. Staat tot Kil. schelffe “schub” als kruimel tot kruim. Zie verder bij schelf. Met ablaut of veeleer met u uit e vóór lv (vgl. bij gewelf) mnd. schulveren “afschilferen”, mnl. sculfer(e) “schilfer”.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

skilfer s.nw.
Deeltjie wat los raak van 'n oppervlak, veral van 'n droë kopvel by die mens.
Uit Ndl. schilfer (1546), 'n gewestelike wisselvorm van schelfer, met lg. 'n afleiding met -er van schelf 'hoop hooi, skilfer'. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

schilfer ‘afgebroken blaadje’ -> Engels † skilfer ‘klein stukje, scherfje; meervoud: hoofdroos’; Engels skalfering ‘schilfering; schilferig’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

schilfer* afgebroken blaadje 1546 [Claes]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut