Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

schermen - (vechten met een degen enz.)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

schermen ww. ‘vechten met een degen enz.’
Mnl. eerst de afleiding sc(h)ermer ‘vechter’ als toenaam van boidinus scermere [1232-33; VMNW], dan schermen ‘vechten, strijden’ [1240; Bern.], ook ‘beschermen, beschutten’ in die en scirmen den minsche niet tegens die doit ‘die (waardevolle bezittingen) beschermen de mens niet tegen de dood’ [1270-90; VMNW], ‘vechten met een steek- of houwwapen’ in Nu moetic proeven hoet mi staet Dat ic jeghen conincge scerme ‘Nu moet ik tonen hoe het met mij gesteld is, dat ik tegen koningen strijd’ [1340-60; MNW-R], te scermene began hie metten swerden ‘hij begon te zwaaien met zijn zwaarden’ [1350-1400; MNW]; vnnl. overdrachtelijk ‘met veel drukte argumenteren’ in Zij hebben ghescheermt ende gheblixemt met de woorden [1566; iWNT].
Afleiding van → scherm. De oorspr. betekenis is ‘zich met een scherm of schild dekken tegen de tegenstander’. Hieruit ontstond bij uitbreiding ‘vechten met een wapen’.
Mnd. scermen ‘zich beschermen tegen de tegenstander; vechten met een wapen’, vanwaar door ontlening nde. skærme ‘beschermen’; ohd. scirmen ‘beschermen, beschutten, verdedigen met een wapen’ (nhd. schirmen ‘beschermen’); < pgm. *skirmjan-.
De algemene betekenis ‘beschermen, beschutten’ is in het Nederlands vroeg overgegaan op de afleiding → beschermen en was daardoor in het Middelnederlands al zeldzaam; dit in tegenstelling tot het Hoogduits, waar schirmen het woord voor ‘beschermen’ is, en fechten dat voor ‘schermen’ (zie → vechten). De gewone betekenis in het Middelnederlands was al vroeg ‘zich verdedigen of vechten met een steek- of houwwapen’, meestal in een duel. Deze betekenis is in het Oudfrans overgenomen als escremir [1080; Rey] en in het Italiaans als schermire [1292; DELI]. Het gevecht met degen, floret e.d. als edele vechtkunst kwam in de late middeleeuwen in Italië tot ontwikkeling, leidend tot diverse samenstellingen en afleidingen met schermire; zie ook → schermutselen. Het Nederlandse woord schermen nam de betekenis ‘vechten met de degen e.d.’ over. Daarnaast heeft het woord een licht pejoratieve betekenis ‘met veel drukte argumenteren’ en ‘veel ophef maken van’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

schermen* [vechten met degen] {sche(e)rmen [zich dekken tegen een aanval, schermen, vechten] 1201-1250} afgeleid van scherm.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

schermen ww., mnl. scermen ‘zich dekken tegen een aanval; schermen, vechten’, mnd. schermen ‘pareren, vechten, schermen’. — Afl. van scherm en zie ook: beschermen. — Uit het germ. *skirmjan zijn ontleend ital. schermire, prov. escrimir (> nfra. escrime ‘het schermen’), vgl. ook ital. schermo ‘bevestiging’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

schermen ono.w., Mnl. id.: reeds vroeg had dit denom. van scherm de bet. verdedigen, vechten, maar aan invloed van Fr. escrime dankt het de bet. den degen hanteeren.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

schormen (K, DB), ww.: aanstormen, geweldig en bruusk zijn (in bewegingen en handelingen), druk in de weer zijn. Ook aanschormen ‘aangestormd komen’. Geronde var. van schermen ‘bewegingen maken als bij een gevechtsoefening, druk in het rond zwaaien, druk in de weer zijn’ (WNT). Gezelle noteerde trouwens in Kortrijk schormen voor voor schermen voor ‘verdedigen, in bescherming nemen’.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

skerm: afskorting, beskutting, bloeiwyse (v. bep. plante); Ndl. scherm (Mnl. sce(e)rm), Hd. schirm; hierby Ndl. ww. schermen (Mnl. scermen, “jou teen ’n aanval dek, veg”), Afr. ww. skerm, uit dié wd. Fr. escrime, “skermkuns”; geringe sem. verskuiwing tot “eenvoudige, afgeskorte woonplek”, soos by Wik, v. Scho TWK/NR 7, 2, p. 24, en Frank TB 166 No. 24; vgl. skeer, skermutseling.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

schermen ‘vechten met degen’ -> Creools-Portugees (Ceylon) scherm ‘vechten met degen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

schermen* vechten met degen 1240 [Bern.]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1439. In de lucht schermen,

d.w.z. veel en ijdel praten, groote woorden gebruiken, zonder iets van belang te zeggen; eig. schermen zonder iets te raken, in 't wild, in het honderd. Zie Van Effen, Spect. III, 221; XI, 93; Tuinman I, 282; Harreb. III, 229 b. Vgl. fr. ce ne sont que des paroles en l'air.

2593. Tegen windmolens vechten (of schermen),

d.w.z. een denkbeeldig gevaar bestrijden; ook zoeken te veranderen wat toch niet te veranderen is. De uitdr. is ontleend aan den in 1605 uitgegeven roman van Cervantes: El ingenioso hidalgo Don Quijote de la Mancha (bij ons vertaald in 1657), waarin de held werkelijk tegen windmolens, die hij in de verte voor reuzen hield, inreed en ter aarde geworpen werd; zie Harreb. II, 95; Handelsblad, 22 April 1914 p. 1 k. 5 (ochtendbl.): Wij gelooven dat de afgevaardigde van Eindhoven wel een weinig tegen windmolens vocht; De Arbeid, 20 Mei 1914 p. 2 k. 1: Polak, die op een congres van diamantbewerkers tot zijn schande moest ervaren, dat hij al dien tijd tegen windmolens heeft gevochten. Ook in het hd. mit Windmühlen kämpfen; sp. molinos de viento acometer; fr. se battre contre des moulins à vent; eng. to fight windmills. Aan denzelfden roman zijn ontleend de namen Dulcinea (een liefje); rossinant (een paard); Ndl. Wdb. XIII, 1410) en een ridder van de droevige figuur, een armzalig heertje (zie no. 1927).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal