Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

scherm - (bescherming)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

scherm zn. ‘bescherming’
Onl. skirm ‘bescherming’ in wanda ich sinen skirm ie hafda ‘want ik had altijd zijn bescherming’ [ca. 1100; Will.]; mnl. scherm ‘beschermend voorwerp’ in de samenstelling schermbert ‘lichtscherm’: scerebert [1240; Bern.], dan als simplex in Haer swerde en spaerden si niet noch haer sceermen ‘zij spaarden noch hun zwaarden noch hun schilden’ [ca. 1410; MNW], Scermen die wt dicke balcken ghemaect waren ‘schutsmuren die van dikke balken waren gemaakt’ [1420; MNW], eyn scherm dat men teghen den scheme sett ‘een scherm dat men opzet tegen de zonneschijn’ [1477; Teuth.].
Mnd. scherm, scharm, vanwaar door ontlening nzw. skärm; ohd. skirm (nhd. Schirm); nfri. skerm; alle ‘beschermend voorwerp, schild’, < pgm. *skirmi- (< ouder*skermi-), *skerma-. Het woord is uitsluitend West-Germaans, maar is wel ontleend door de Romaanse talen als Frans escrime ‘schermkunst’, Italiaans schermo ‘bescherming’, Spaans en Portugees esgrima ‘schermkunst’. Zie ook de afleidingen → schermen en → beschermen.
Traditioneel gaat men uit van een betekenis ‘schild uit een gespannen dierenhuid’. Het woord zou dan verwant zijn met: Sanskrit cárman- ‘huid, vel’, Avestisch čarəman- ‘id.’; Oudpruisisch kērmens ‘lichaam’; < pie. *(s)kér-men- ‘huid, vel’, dat dan hoort bij de wortel pie. *(s)ker- ‘snijden’, zie → scheren 1. Met andere uitgang maar met vergelijkbare betekenis nog: Latijn corium ‘dikke huid, leer’, scortum ‘id.’, cortex ‘schors’. Boutkan/Siebinga betwijfelen deze verwantschap en beschouwen het woord als ontlening aan een locale voor-Indo-Europees taal.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

scherm* [bescherming] {sche(e)rm [schild, schutdak, scherm, bescherming] 1401-1450} middelnederduits scherm, oudhoogduits scirm, scerm; buiten het germ. latijn corium, grieks chorion, oudindisch carman- [huid].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

scherm znw. o., mnl. scerm, sceerm, mnd. scherm o., ohd. scirm, scerm (nhd. schirm) ‘scherm, beschutting’. — Indien men uitgaat van het ‘uit huiden gemaakte schild’, dan kan men aanknopen aan oi. cárman- ‘huid’, lat. corium ‘dikke huid, leer’, een m-afl. van de idg. wt. *(s)ker ‘snijden’, waarvoor zie: scheren. — Zie: beschermen en schermen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

scherm znw. o., mnl. scerm (sceerm) o. m. = ohd. scirm, scërm (nhd. schirm), mnd. schërm o. “scherm, beschutting”. Of met idg. sḱ- en verwant met oi. çárman- “schutdak, scherm, beschutting” (zie bij roest II) of (niet wsch.) met sq- en verwant met oi. cárman- “huid”, misschien hierbij ook ksl. črěmŭ “tent”, dat echter ook het ontleende germ. woord kan zijn. In ’t laatste geval wsch. met oi. cárman- en lat. corium “huid” bij den wortel (s)qer- “snijden” (zie scheren). Dat mnl. hermen, gew. ghe-hermen “rustig zijn, rusten”, onfr. ge-hirmon, -an (voor -en) “quiescere, cessare”, ohd. hirmen “rusten” met scherm verwant zijn, is onwsch.; men combineert ze wel met oi. çrā́myati “hij wordt moe, tobt zich af”. — Afl.: mnl. scermen “beschermen” (zie beschermen), ook “vechten, schermen” (nnl. schermen), (onfr. scirmbre m. “protector”), ohd. scirmen (nhd. schirmen) “beschermen”, mhd. schirmen, mnd. schermen ook “pareeren, vechten, schermen”. Uit ’t Germ. de rom. woordgroep van it. schermo “bevestiging”, schermire “schermen”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

scherm m. en o., Mnl. id. + Ohd. scirm (Mhd. schirm, Nhd. id.) + Skr. çarma, Osl. rĕmŭ = tent. Hieruit Fr. escrime = verdediging, schermspel.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

skerm: afskorting, beskutting, bloeiwyse (v. bep. plante); Ndl. scherm (Mnl. sce(e)rm), Hd. schirm; hierby Ndl. ww. schermen (Mnl. scermen, “jou teen ’n aanval dek, veg”), Afr. ww. skerm, uit dié wd. Fr. escrime, “skermkuns”; geringe sem. verskuiwing tot “eenvoudige, afgeskorte woonplek”, soos by Wik, v. Scho TWK/NR 7, 2, p. 24, en Frank TB 166 No. 24; vgl. skeer, skermutseling.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Scherm (tochtscherm, enz.) bet. in de Germ. dialecten, waarin het voorkomt, oorspr. schild, beschutting, afdak, verdediging. Schermen is dus feitelijk: verdedigen (een schermvereeniging, waar men zich in ’t schermen, verdedigen oefent); aan het Germ. ontleenden de Romaansche talen een gelijkluidend woord, bijv. ’t It. schermire = schermen (met den degen); vandaar ook schermutselen: vechten der voorposten. Met woorden schermen = met woorden veel beweging maken; in de lucht schermen: evenals de schermers, die met hun degen heftig heen en weer zwaaien, maar elkander gewoonlijk niet raken. — Beschermen is dus: van een scherm, afweer voorzien.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

scherm ‘bescherming, voorwerp dat voor iets wordt gezet; beeldscherm’ -> Deens skærm ‘bescherming, voorwerp dat voor iets wordt gezet’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors skjerm ‘beeldscherm, projectiescherm, kap, spatbord’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds skärm ‘bescherming, voorwerp dat voor iets wordt gezet’ (uit Nederlands of Nederduits); Frans écran ‘plaat als bescherming tegen straling; oppervlak voor de projectie van afbeeldingen; luidsprekerbox (bij uitzondering)’; Esperanto ekrano ‘projectievlak, beschermend vlak, beeldbuis’ ; Zuid-Afrikaans-Engels skerm ‘bescherming; tijdelijke verblijfplaats’ ; Indonesisch sekéram, sekiram ‘beschot; lichte tussenwand in kamer; toneelgordijn’; Makassaars sikêreng ‘opstaande rand tegenover de bok van een rijtuig (waartegen de koetsier zijn voeten zet)’; Singalees iskrīma, skrīma ‘voorwerp dat voor iets wordt gezet’; Papiaments skèrmu ‘bescherming, kamerscherm’; Sranantongo skerem, skèrm ‘bescherming, voorwerp dat voor iets wordt gezet, gordijn; beeldbuis’; Surinaams-Javaans sekèrm ‘bescherming, voorwerp dat voor iets wordt gezet’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

scherm* bescherming 1401-1450 [MNW]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1991. Achter de schermen blijven,

zich achteraf houden, ‘in een beweging de drijfkracht vormen of helpen vormen, zonder er openlijk aan deel te nemen’ (Ndl. Wdb. XIV, 487). Sedert het midden der 18de eeuw is deze uitdr. bekend; ontleend aan het tooneel, waar de regisseur achter de schermen alles regelt. Vgl. Harreb. II, 246: Hij schuilt achter het scherm; Kippeveer I, 134: Wie regeert ‘de Burgervriend’? Dat is de baron, al zit hij ook achter de schermen; Handelsblad, 28 Febr. 1915 (ochtendbl.), p. 2 k. 6: Zij ergerden zich over het optreden der militaire autoriteiten, die achter de schermen blijven; Het Volk, 11 Maart 1915, p. 1 k. 1: De moordenaar van den edelsten strijder dien het socialisme in den laatsten tijd bezat, Jaurès, is gevallen door een chauvinist, werktuig van achter de schermen gebleven nationalisten; Dievenp. 25: Zoo'n sliegeraar blijft heelemaal achter de schermen; bij de instructie komt hij niet voor den dag. Vgl. fri. hy hâldt hem efter 'e skerm; in Zuid-Nederland: achter de gordijn zitten, fr. se tenir derrière le rideau, een ander iets doen uitvoeren, terwijl men zelf zich verdoken houdt om buiten de zaak te blijven (Antw. Idiot. 502; Waasch Idiot. 263), wat herinnert aan Tuinman I, 251; Hy schuilt achter de gordyn, dat is, hy houd zich bedekt en verborgenZie Ndl. Wdb. V, 435: Buiten de gordijnen (17de eeuw), in 't openbaar.; hd. einen Blick hinter die Koulissen werfen oder tun (vgl. ndl. achter de schermen zien; Afrik. achter die skerms sien); fr. se tenir dans les coulisses, in het verborgen handelen. Zie Aan de touwtjes trekken.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut