Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

schema - (overzicht)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

schema zn. ‘overzicht’
Vnnl. schema ‘uiterlijke vorm’ in Het Schema ... ofte het Schouw-spel der Werelt gaet voor by [1648; iWNT voorbijgaan], schema “afbeeldtsel, voorbeeldtsel” [1658; Meijer]; nnl. schema ‘gestalte, voorstel’ [1803; Meijer], ‘ontwerp, schets’ [1824; Weiland], ‘overzicht van hoofdpunten’ [1875-1912; iWNT], schema ‘getekende voorstelling’ [1895; iWNT].
In de oudste Nederlandse betekenis is het woord een rechtstreekse geleerde ontlening aan het Griekse woord skhẽma ‘uiterlijke houding, vorm, schijn, weergave’, bij het werkwoord ékhein ‘hebben, houden, bezitten’, waarbij de vorm skheīn ‘verkrijgen, in bezit nemen, zich verhouden’, verwant met → zege. Later opnieuw ontleend aan Frans schéma ‘vereenvoudigde voorstelling van een voorwerp, beweging, proces e.d.’ [1867; Rey], een specifieke betekenis die is ontstaan bij ouder ‘figuur, geometrische figuur, retorische figuur’ [16e eeuw; Rey]. Het Franse woord is ontleend aan Latijn schēma ‘id.’, bij algemener ‘houding, weergave’, dat zelf is ontleend aan Grieks skhẽma.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

schema [overzicht] {1648} < latijn schema [houding, dracht, kleding, figuur] < grieks schèma [houding, indruk, manier, dracht, karakteristiek, vorm, schema, figuur], van echein (passief perfectum eschèmai) [vasthouden, hebben, zich houden].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

skema s.nw.
1. Skets, ontwerp. 2. Uitgewerkte plan, voorbeeld. 3. Rangskikking. 4. Model.
In bet. 1 en 2 uit Ndl. schema (1880 - 1884 in bet. 1, 1887 in bet. 2). In bet. 3 uit Eng. scheme (1884). Bet. 4 het in Afr. self ontwikkel.
D. Schema (17de eeu), Eng. scheme (1649 in bet. 1).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

schema (Latijn schema)

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Schema (< Gr. σχῆμα = figuur in de alg. Euclidische bet., dus alles wat door grenzen wordt ingesloten; o.a. dus ook lichaam; v.d. de term τὰ έ σχήματα = de vijf lichamen, voor de regelmatige veelvlakken. Thans: aanschouwelijk overzicht.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

schema ‘overzicht’ -> Indonesisch sekéma, skéma ‘overzicht’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

schema overzicht 1648 [WNT voorbijgaan] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut