Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

scharren - (krabben)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

scharren* [krabben] {scharren, scherren 1287} oudhoogduits scerran (hoogduits scharren), oudsaksisch skerran, zweeds skorra [een schrapend geluid maken]; buiten het germ. latijn carduus [distel], litouws karšti, lets kārst [wol kammen], oudkerkslavisch krasta (russisch korosta) [schurft].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

sjare (ww.) 1. stelen 2. pakken; < Rienlands scharren.

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

scharren, scharen, scherren, ww.: krabben, schrapen, scharrelen; bijeenschrapen. Mnl. scharren ‘krabben’, Vnnl. scharren, scherren ‘krabben’ (Kiliaan). Ohd. scerran, Mnd. scharren ‘krabben, wroeten’, Mhd., D. scharren, Os. skerran. Idg. *(s)kars ‘krabben’, Lat. carro ‘kaarden’. Ndl. scharrelen is freq. van scharren.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

scharren, scharen, scherren, ww.: krabben, schrammen, scharrelen; grijpen, vatten, stelen. Mnl. scharren ‘krabben’, Vnnl. scharren, scherren ‘krabben’ (Kiliaan). Ohd. scerran, Mnd. scharren ‘krabben, wroeten’, Mhd., D. scharren, Os. skerran. Idg. *(s)kars ‘krabben’, Lat. carro ‘kaarden’. Ndl. scharrelen is freq. van scharren.

skaarzen, ww.: scharen, vergaren, bijeenbrengen, uitschrapen. Afl. op ­-zen van scharen, zie scharren.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

scharren ww.: met de voeten schuiven, bijeenschuiven, (bijeen)vegen. Mnl. scharren ‘krabben’, Vnnl. scharren, scherren ‘krabben’ (Kiliaan). Ohd. scerran, Mnd. scharren ‘krabben, wroeten’, Mhd., D. scharren, Os. skerran. Idg. *(s)kars ‘krabben’, Lat. carro ‘kaarden’.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

scharren (H, ZV), scherren (W), ww.: krabben (W); met de voeten schuiven, (bijeen)vegen (H); wroeten, scharrelen (om rond te komen) (W). Mnl. scharren 'krabben', Vnnl. scharren, scherren 'krabben' (Kiliaan). Ohd. scerran, Mnd. scharren 'krabben, wroeten', Mhd., D. scharren, Os. skerran. Idg. *(s)kars 'krabben', Lat. carro 'kaarden'.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

scharren, scharen, schaarze krabben, schrapen, rooien (Brabant, Limburg). = mnl. scarren ‘krabben’. ~ ohgd. scerran ‘krabben’ ~ lit. kašti ‘kaarden’, ~ lat. carro ‘wol kaarden’. Grondwoord van nl. scharrelen
Schols/Linssen 394, WBD 977, WLD I Afl. V 37-38.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut