Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

schalmei - (blaasinstrument)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

schalmei zn. ‘blaasinstrument’
Mnl. sc(h)almey (en spellingvarianten) ‘middeleeuws houten blaasinstrument, herdersfluit’ in schilmeyen [1350-1400; MNW], scalemeyden [1350-1400; MNW-P], met ere ruuspipen ende met twee scalmeyen ‘met één rietfluit en met twee schalmeien’ [1377; MNW].
Ontleend aan Duits Schalmei ‘herdersfluit, schalmei’, door klankwettige diftongering ontwikkeld uit Middelhoogduits schalmīe [13e eeuw; Pfeifer], dat ontleend is aan Middelfrans chalemie ‘herdersfluit, schalmei’ [14e eeuw; FEW]. Rechtstreekse ontlening aan het Middelfrans (NEW, EDale) is onwaarschijnlijk omdat hiermee noch de anlaut sch- noch de auslaut -ei wordt verklaard. Ook ontlening aan middeleeuws Latijn scalmeia (Toll.) is af te wijzen: deze vorm is pas laat geattesteerd (scalmea [1417; Diefenbach], scalmeya [1479; Fuchs]) en is juist te verklaren uit de Duitse en Nederlandse vormen.
Middelfrans chalemie is een nevenvorm van chalemel(le) [12e eeuw; FEW] (Nieuwfrans chalumeau), eerder al in de betekenis ‘riethalm’ [1120; Rey], ontleend aan middeleeuws Latijn calamellus ‘id.’ [3e eeuw; Dauzat], verkleinwoord van klassiek Latijn calamus ‘riet, dunne riethalm, rieten schrijfpen, rietfluit’, ontleend aan Grieks kálamos ‘riet, halm, rietfluit’, zie → halm.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

schalmei [herdersfluit] {schalmeide, schalmey(e) 1351-1400} < oudfrans chalemie < middeleeuws latijn scalmeia < latijn calamus [riet, pen, rietfluit] (vgl. halm).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

schalmei znw. v., mnl. scalmeie, scalmeide (ook scel- en scil-) v., mnd. schalmeide, evenals nde. skalmei, nzw. skalmeja mhd. schalmīe, schalemīe (voor 1300) < ofra. (vooral oostfra.) chalemie. Het woord kwam met de kruisvaarders uit het Oosten en gaat terug op gr. kalamaía ‘rietfluit’, afl. van kálamos ‘riet’. — Oorspronkelijk een muziekinstrument van de ridders, dan sedert de 15de eeuw in veranderde vorm van speellieden en ridders en werd in de 17de eeuw weer in zwang gebracht door de arcadische dichtkunst.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

schalmei znw., mnl. scalmeie, scalmeide (scel-, scil-) v. = mnd. schalmeide v. “schalmei”. De mhd. vorm is schalmîe (nhd. schalmei) v. “id.”. Kan niet op fr. chalumeau (< lat. calamellus) of ofr. chalumelle “id.” teruggaan, wel op dial. fr. chalemîe. Dan moeten wij voor de ndd.-ndl. vormen ontl. via het Mhd. of vervorming van den uitgang aannemen, — of ontl. uit nog een anderen fr. dialectvorm. De anlaut kan door schal beïnvloed zijn of op ontl. uit ’t Du. berusten; evenwel zijn die hypotheses niet noodig: hij kan ook op fr. ch teruggaan evenals bij scharnier.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

schalmei v., Mnl. scalmei(d)e, gelijk Hgd. schalmei, uit Ofra. chalemie, van Mlat. scalmeiam (-a), een afleid. van Lat. calamus: z. halm. - Nfra. chalumeau is dimin. van Lat. calamus.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetensckap en Kuns

skalmei [+]: veroud. blaasinstrument; Ndl. schalmei (Mnl. scalmeie), Eng. shawm, wsk. via Ofr. chalemie/chalemel, uit dim. v. Lat. calamus, “riet”, Gr. kalamos, “riet”, kalamaia, “rietfluit”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

schalmei (Oudfrans chalemie)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Schalmei (herders- of Pansfluit, uit riet gemaakt), van ’t Ofr. chalemie van ’t M.-Lat. scalmeia, van calamus = riet.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

schalmei ‘blaasinstrument’ -> Deens skalmeje ‘blaasinstrument’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors skalmeie ‘blaasinstrument’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

schalmei blaasinstrument 1351-1400 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut