Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

schalks

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

schalk zn. ‘grappenmaker’
Onl. skalk ‘knecht’ in Geuuisso scalc thin behodit sia ‘zelfs uw knecht onderhoudt ze (nl. Gods geboden)’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. scalc ‘lijfeigene’ [1220-40; VMNW], ‘misdadiger, deugniet, bedrieger’ [1287; VMNW]; vnnl. alle quade bouven ende schalcken ‘alle slechte boeven en schavuiten’ [1566; iWNT]; nnl. een lief schalkje ‘een lieve schelm’ [1782; iWNT] en de schalk ‘de deugniet’ [1845; iWNT].
Os. skalk; ohd. scalk (nhd. Schalk ‘sluw persoon’); ofri. skalk; oe. scealc; on. skalkr; got. skalks; < pgm. *skalka- ‘knecht, dienaar, slaaf’.
Herkomst onduidelijk. De vele voorgestelde etymologieën zijn allemaal problematisch. Sommige onderzoekers denken aan een aanduiding voor een ouder volk, mogelijk de megalitische bewoners van Noordwest-Europa, en verbinden het woord met Latijn calx ‘kalksteen’, zie → kalk. De oorspr. betekenis zou dan zoiets als ‘steenhouwer’ zijn. Knobloch (1979) denkt aan verband met Laatlatijn *scalcus, mlat. scalcius ‘barrevoets’, scalciatus ‘blootshoofds’. Zie ook → maarschalk.
schalks bn. ‘plagend’. Mnl. eerst een geïsoleerd geval: scalxs ‘gemeen, slecht’ [1287; VMNW]; vnnl. de schalckste menschen van der wereldt ‘de slechtste mensen van de wereld’ [1582; iWNT verdonkering]; nnl. dan schalks ‘sluw, slim, handig’ in 't schalks vernuft [1799; Simonsz], en schalksch ‘vrolijk plagend’ of ‘overmoedig grappig’ in van haar schalkschen Zoon [1813-21; iWNT]. Afleiding van het zn. schalk, eerst in de betekenis ‘misdadiger’, later in de betekenis ‘grappenmaker’. Dezelfde betekenisontwikkeling vindt men ook bij Duits schalkhaft.
Lit.: J. Knobloch (1979), ‘Der Ursprung von nhd. Schalk, got. skalks = Diener, Knecht’, in: Muttersprache 89, 45-46; A.F. Simonsz (1799), Het onscheidbaar drietal redenwezens verlichting, deugd en tijd, Haarlem, 17

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

skalks b.nw.
Grappig, ondeund, tergerig, guitig.
Uit Ndl. schalks (1885), mntl. 'n afleiding van schalk 'skelm, deugniet'.
Vgl. D. schalkhaft.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut