Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

schaffen - (leveren)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

schaffen ww. ‘leveren’
Mnl. schaffen ‘tot stand brengen, verrichten’ in Wat souden die zielen daer met scaffen? ‘wat zouden de zielen daarmee moeten aanvangen?’ [1300-25; MNW-R], Dat hijs en hadde, min noch mere, Te scaffene met eneghen here ‘dat hij daarom absoluut niets te maken had met enige heer’ [1460-80; MNW-R], Die rades wil schaffen ‘wie raad wil geven’ [1470-90; MNW-R]; nnl. wat ... de pot schaft [1855; Van Koetsveld].
Ontleend, mogelijk via Middelnederduits schaffen ‘regelen, verschaffen, vormen, inrichten’, aan Middelhoogduits schaffen ‘id.’ < Oudhoogduits scaffōn, dat verwant is met → scheppen 1.
Dit werkwoord komt vrijwel alleen nog voor in vaste combinaties als (eten) wat de pot schaft ‘(eten) wat wordt opgediend’. Gebruikelijker is de afleiding verschaffen.
Lit.: C.E. van Koetsveld (1855), Verspreide kinderverhalen, Schoonhoven, 101

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

schaffen [tot stand brengen, bezorgen] {1350} < middelhoogduits schaffen (vgl. scheppen2).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

schaffen ww., mnl. scaffen ‘tot stand brengen, uitvoeren, inrichten, verrichten, verschaffen, bevelen’, evenals mnd. schaffen ‘bepalen, tot stand brengen, uitvoeren, aanbrengen’ < mhd. schaffen. — Zie verder: scheppen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

schaffen ww., mnl. (vooral later-mnl.) schaffen “tot stand brengen, uitvoeren, inrichten, verrichten, verschaffen, bevelen”. Evenals mnd. schaffen “bepalen, bewerkstelligen, uitvoeren, aanbrengen” uit mhd. (nhd.) schaffen met dgl. bett. (< ohd. scaffôn; zie scheppen).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

schaffen 1 o.w. (bezorgen), Mnl. scaffen, uit Hgd. schaffen: z. scheppen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

sjaffen, ww.: presteren, brengen. D. schaffen.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

schaffen, ww., alleen neg.: er niet op schaffen er niet op letten, er geen acht op slaan’. Vroegnnl. schaffen niewers op ‘ne se soulciër ou chaloir de rien’ (Lambrecht). Hetzelfde woord als Ndl. schaffen ‘verschaffen, verstrekken, doen, verrichten’. Deze bet. heeft zich wsch. ontwikkeld uit ‘iets te schaffen (te maken) hebben met’. Het vz. op door letten op. In Oostende zonder negatie ‘er zeker van zijn, erop kunnen rekenen’. Zie ook schaffelen.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

skaf: besorg, oplewer, voorsien; Ndl. schaffen (Mnl. scaffen, “inrig, uitvoer, verskaf”) uit Mhd. schaffen, wat blb. verb. hou m. Got. (ga)skapjan en Ndl. scheppen, Afr. skep; by vRieb schaffen, “voorsien, (kos) voorsit”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

schaffen (Duits schaffen)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Schaffen, van ’t Hgd. schaffen: in orde brengen, voortbrengen, bewerken, vormen; verwant met scheppen (z. d. w.), bijv. raad schaffen, eten schaffen (of „schaften”).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

schaffen tot stand brengen, bezorgen 1350 [MNW] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal