Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

schaatsen - (zich voortbewegen op schaatsen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

schaats zn. ‘voetsteun om op het ijs te rijden’
Mnl. in de toenaam van Petrum Scache ‘Pieter Schaats’ [1281; Beele] scaets ‘stelt’ [ca. 1410; MNW], schaitze ‘kruk, stelt, dikke houten zool’ [1477; Teuth.]; vnnl. schaetze ‘schaats’ (met de aantekening “Hollands”) [1567; Nomenclator, 195a], schaets ‘id.’ [1615; WNT].
Ontleend aan Picardisch escache ‘stelt’, verwant met Frans eschesse ‘id.’ [13e eeuw; TLF], eerder eschace ‘kruk, kunstbeen’ [1181-90; TLF] (Nieuwfrans échasse), ontwikkeld uit Frankisch *skakkja, bij een werkwoord *skakan ‘schokkend lopen’ dat verwant is met → schaken 2.
schaatsen ww. ‘schaatsenrijden’. Nnl. ... schaatst men [1853; Almanak]. Afleiding van het zn. schaats ‘schaats’. Voor het woord in gebruik raakte, omschreef men deze bezigheid met Schaatzen Ryden [ca. 1750; WNT], ook wel Schaatsryden [1776; iWNT].
Lit.: Almanak (1853), Overijsselsche almanak voor oudheid en letteren, 18, Deventer, 294

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

schaatsen ‘zich voortbewegen op schaatsen’ -> Duits dialect schaatsen ‘zich voortbewegen op schaatsen’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut