Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

scène - (deel van een toneelstuk; tafereel; ruzie)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

scène zn. ‘deel van een toneelstuk; tafereel; ruzie’
Vnnl. scenen ‘scènes’ in In sommige ... Scenen sietmen den opganck vande sonnen [1553; WNT voleinden], ook in elck Actus ... wort ghedeelt in ... scenen ‘elk bedrijf wordt verdeeld in scenes’ [1555; WNT pauze], Theatren ende scenen ‘theaters en toneelvloeren’ [1561; WNT Aanv. excellent], scene ‘toneel’ [1650; Hofman]; nnl. scene ‘plaats van handeling’ in de Scene is in Morenland [1757; Holberg], scene ‘tafereel’ [1781; WNT mine], scènes ‘heftige taferelen’ in Ik hou niet van scènes [1840; WNT prostitueeren].
Al dan niet via Frans scène ‘levendig gebeuren’ [1676; Rey] en ‘woedeuitbarsting, luide twist’ [1675; Rey], eerder al ‘plaats van handeling’ [1665; TLF], ‘speelvloer’ [1558; TLF], ‘deel van een toneelstuk’ [voor 1564; Rey], in een geïsoleerd geval (mv.) al in de 15e eeuw geattesteerd, ontleend aan Latijn scaena ‘podium, theater, toneel’, later ook ‘deel van acte, bedrijf’, een ontlening aan Grieks skēnḗ ‘tent, hut, toneelhuis, toneel’, verdere herkomst onduidelijk.
scene zn. ‘wereld van subcultuur’. Nnl. praten over de scene of afkicken [1972; WNT]. Ontleend aan Engels scene ‘wereld van subcultuur’, bijv. van drugs [1964; OED], van jazz en beatniks [1951; OED], eerder al ‘de plaats van het drama’ [1594; OED], ‘uitvoering van toneel’ [1592; OED], ontleend aan Frans scène.
Lit.: L. Holberg (1757), Zes aardige en vermakelyke blyspeelen, Amsterdam, 146

scène zn. ‘deel van een toneelstuk; tafereel; ruzie’
Vnnl. scenen ‘scènes’ in In sommige ... Scenen sietmen den opganck vande sonnen [1553; WNT voleinden], ook in elck Actus ... wort ghedeelt in ... scenen ‘elk bedrijf wordt verdeeld in scenes’ [1555; WNT pauze], Theatren ende scenen ‘theaters en toneelvloeren’ [1561; WNT Aanv. excellent], scene ‘toneel’ [1650; Hofman]; nnl. scene ‘plaats van handeling’ in de Scene is in Morenland [1757; Holberg], scene ‘tafereel’ [1781; WNT mine], scènes ‘heftige taferelen’ in Ik hou niet van scènes [1840; WNT prostitueeren].
Al dan niet via Frans scène ‘levendig gebeuren’ [1676; Rey] en ‘woedeuitbarsting, luide twist’ [1675; Rey], eerder al ‘plaats van handeling’ [1665; TLF], ‘speelvloer’ [1558; TLF], ‘deel van een toneelstuk’ [voor 1564; Rey], in een geïsoleerd geval (mv.) al in de 15e eeuw geattesteerd, ontleend aan Latijn scaena ‘podium, theater, toneel’, later ook ‘deel van acte, bedrijf’, een ontlening aan Grieks skēnḗ ‘tent, hut, toneelhuis, toneel’, verdere herkomst onduidelijk.
scene zn. ‘wereld van subcultuur’. Nnl. praten over de scene of afkicken [1972; WNT]. Ontleend aan Engels scene ‘wereld van subcultuur’, bijv. van drugs [1964; OED], van jazz en beatniks [1951; OED], eerder al ‘de plaats van het drama’ [1594; OED], ‘uitvoering van toneel’ [1592; OED], ontleend aan Frans scène.
Lit.: L. Holberg (1757), Zes aardige en vermakelyke blyspeelen, Amsterdam, 146

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

scène [deel van toneelstuk] {1650 in de betekenis ‘toneel’; als ‘deel van toneelstuk’ 1800} < frans scène < latijn sc(a)ena [toneel, ook: doorgestoken kaart, parade] < grieks skènè [tent, hut, het houten huis waaruit toneelspelers te voorschijn kwamen, toneel].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

scene s.nw. (geselstaal)
Bohaai.
Uit Ndl. scene (1747 - 1787), so genoem omdat mense wat driftig raak en 'n bohaai opskop, aan die dramatiese vertolking van akteurs in 'n toneelstuk herinner.
D. Szene (18de eeu), Eng. scene (1761), Fr. scène (1400).
Vgl. scène.

scène s.nw.
1. Heftige voorval tussen persone. 2. Voorval soos gesien deur 'n toeskouer. 3. Afdeling van 'n toneelstuk.
Uit Ndl. scène (1747 - 1787 in bet. 1, 1861 in bet. 3).
D. Szene (18de eeu), Eng. scene (1612), Fr. scène (1400).
Vgl. scene.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

scene (Engels scene)
scène (Frans scène); (een -- maken) (vert. van Frans faire une scène)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

scène ‘deel van toneelstuk’ -> Indonesisch skéna ‘deel van toneelstuk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

scène deel van toneelstuk 1800 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut