Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sarcasme - (bijtende spot)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

sarcasme zn. ‘bijtende spot’
Vnnl. sarcasmus ‘begrijnsingh’ [1654; Meijer]; nnl. sarcasmus ‘spotting’ [1805; Meijer], sarcasme ‘bittere spot, spottende uitspraak’ in sarcasmen te moeten hooren [1806; WNT gesnor], vol geeselend sarcasme [1881; WNT zwavelzuur I].
Ontleend aan Frans sarcasme ‘zekere stijlfiguur’ [1552; TLF], dat zelf is ontleend aan Laatlatijn sarcasmus ‘id.’; het Latijnse woord is ontleend aan Grieks sarkasmós ‘spottende opmerking, bittere lach’, afleiding van sarkázein ‘spottende opmerkingen maken, bitter uithalen’, letterlijk ‘van vlees ontdoen, villen’, een afleiding van sárx (genitief sarkós) ‘vlees’. De oudste citaten zijn direct ontleend aan het Laatlatijn, in de betekenis ‘spottende opmerking’.
Grieks sárx (Dorisch túrx) is wrsch. verwant met: Sanskrit tváṣṭar- ‘Schepper’; Avestisch thwərəs- ‘snijden, vormen’; < pie. *tuerḱ-, *tuorḱ-, *turḱ- ‘snijden’ (LIV 656).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

sarcasme [bijtende spot] {1880} < frans sarcasme < middeleeuws latijn sarcasmus < grieks sarkasmos [spot], van sarkazein [het vlees ergens afrukken, gras afrukken (door vee)], van sarx (2e nv. sarkos) [vlees] (vgl. sarcofaag).

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

sarkasme

Het Griekse woord sarx betekent: vlees. Het werkwoord sarkadzein is: ontvlezen, het vlees afscheuren en ook: van toorn op de lippen bijten. Daarvan is ons woord sarkasme afgeleid dat wij bezigen voor: bittere, bijtende spot, hoon. Een ander woord waarin sarx: vlees voorkomt, is sarkophaag: stenen doodkist. Letterlijk betekent het woord: vlees-etend en men gaf die naam aan een bepaald soort doodkisten, vervaardigd van een poreuze bijtende kalksteen die gevonden werd in Klein-Azië en waarvan men zeide dat hij de eigenschap bezat de zachte delen van het lichaam in korte tijd te verteren. Nu gebruikt men het woord sarkophaag voor: graftombe. Sommigen menen dat ons woord zerk hier ook bij behoort; anderen leiden dit woord af van een woord dat: bedekken, behoeden betekende.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

sarkasme s.nw.
Bytende, bittere spot, of minagting.
Uit Ndl. sarcasme (1880).
Ndl. sarcasme via Fr. sarcasme uit Grieks-Latyn sarcasmus.
D. Sarkasmus (16de eeu), Eng. sarcasm (1579).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

sarcasme bijtende spot 1806 [WNT gesnor] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut