Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sanguinisch - (volbloedig)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

sanguinisch [volbloedig] {sangwijnsch [bloedrood, bloedrijk, met een volbloedig gestel] 1477} < hoogduits sanguinisch < middeleeuws latijn sanguineus [temperamentvol iem.] < latijn sanguineus [bloedig], van sanguis [bloed] (2e nv. sanguinis). Bloed was in de Oudheid en me. één van de vier vochten die het gestel bepaalden (vgl. humor).

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

flegma

Hippocrates, de Griekse geleerde die omstreeks 400 voor Christus leefde en die men de vader van de geneeskunde pleegt te noemen, meende dat vier lichaamssappen het temperament van de mens bepaalden. Een daarvan is het flegma, het slijm en wanneer dit de andere overheerst ontstaat het flegmatisch mensentype dat zich van andere onderscheidt door een enigszins trage kalmte en gelijkmoedigheid. Flegmatische mensen zijn onaandoenlijk en onverstoorbaar, ze zijn niet licht van hun stuk te brengen en geraken niet gemakkelijk in vuur. Ze zijn dus heel anders dan bijvoorbeeld cholerische mensen in wie de gal spookt en die driftig en opvliegend zijn en dan melancholische mensen die zwartgallig, somber en sanguinische die volbloedig en vurig zijn.

Het cholerische hing samen met de gal, die in het Grieks cholè heette, een woord dat ook in melancholisch verscholen zit. Men kende reeds in Griekenland een ziekte die men cholera noemde en die, meende men, door de gal veroorzaakt werd. In de 19e eeuw heeft zich uit Azië een veel ernstiger ziekte verbreid die dezelfde verschijnselen van braken en buikloop vertoont, maar veel gevaarlijker is. Ze wordt veroorzaakt door een bacil.

Het woord cholerisch betekent: gallig, heftig, driftig, opvliegend. Ermee verwant is het Franse colère: drift, boosheid.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

sanguinies b.nw.
1. Bloedryk, volbloedig. 2. Vurig, driftig, liggeraak.
Uit Ndl. sanguinisch (Mnl. sangwijnsch in bet. 1).
Ndl. sanguinisch uit Hoogduits sanguinisch uit Middeleeuse Latyn sanguineus 'temperamentele persoon' uit Latyn sanguineus 'bloedig', met lg. van sanguis 'bloed'. In die Oudheid en Middeleeue was bloed een van die vier vogte wat die mens se temperament en gesondheid beheer het. 'n Vurige, driftige persoonlikheid is toegeskryf aan bloedrykheid.
D. sanguinisch, Eng. sanguine, Fr. sanguin(e), It. sanguigno, Port. sanguíneo, Sp. sanguineo.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

sanguinisch (Duits sanguinisch)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal