Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sambreel - (zonnescherm)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

sambreel s.nw.
Draagbare, opvoubare skerm teen son en reën.
Uit Maleis-Port. soembreloe. Teen 1700 - 1750 reeds welbekend aan die Kaap as sommereel, sombareel of sommareel. Eerste optekening in Afr. van sambreel by Changuion (1844). Sambreel vervang mettertyd paraplu (1700 - 1800) 'reënskerm' en parasol (1646) 'sonskerm' wat aan Ndl. ontleen is.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

sambreel: son- en reënskerm, het Ndl. paraplu en parasol selfs uit enkele Afr. wdb. verdring; in lnd.-Ndl. sombreel, vlgs. Scho TWK/NR 7, 2, p. 23 d. oudste dokg. in vorm sambreel by Stav, uit Mal.-Port. soembreloe uit Port. sombreiro (al i. d. 16e eeu i. d. Ooste gebr.) – Eng. (1609) umbrella is ontln. aan It. ombrella (uit ombra uit Lat. umbra, “skaduwee”).

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

sambreel [zonnescherm]. Van het Portugees sombreiro, hoed, zonnescherm, in de 18e eeuw in Indië gebruikt voor pajong. [P]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal