Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sago - (voedingsmiddel)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

sago [voedingsmiddel] {sagu 1646, sago 1881} < maleis sago, sagu.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

sago znw. m., sedert de 17de eeuw, met oudere vormen als sagoe, sagouw, deels uit ne. sago, deels rechtstreeks uit mal. sagoe.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

sago znw. = eng. sago. Uit mal. sagoe.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

sago. Sedert de 17e eeuw. Oudere vormen sagoe, zagouw.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

sago v., uit Mal. sagoe = merg van den sagopalm.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

sago s.nw.
Kos in die vorm van korreltjies wat uit die murg van sekere palmsoorte asook van aartappels gemaak word.
Direk uit Maleis sagoe of via Ndl. sago (1676). Eerste optekening in Afr. by Leibbrandt (1882) in die vorme sagu en saaguu.
D. Sago (18de eeu), Eng. sago (1580), Fr. sagou.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

sa’go (de, -’s), kort voor sagopalm*: z.a. - Etym.: AN s. = een voedingsmiddel bereid uit het merg van de AN sagopalm (Metroxylon-soorten, Palmenfamilie*). Zie verder bij sagopalm*.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

sago: voedingstof uit palms., pln. (Sagus rumphii, fam. Palmaceae); Ndl. sago (ouer sagoe/sagou, sedert 17e eeu), soos Eng. en Hd. sago, Sp. en Port. sagu, Fr. sagou, uit Mal. sagoe.

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

sago1 [voedingsmiddel]. Sago, eigenlijk Sagoe, ofschoon de eerstgemelde uitspraak in onze taal alleen gebruikt wordt, is de Maleis-Javaanse naam van een soort van zetmeel of meelachtig merg dat in de stammen van de Cycadeeën en van vele soorten van palmen, zoals de Arengpalm, de Gebangpalm, enige soorten van het geslacht Caryota, maar bovenal in de palmen van het geslacht Metroxylon, bij uitnemendheid sagobomen genoemd, wordt aangetroffen. De sagobomen zijn over de gehele Archipel verspreid, ook op Java, waar zij in het Javaans boeloe, in het Soendaas kirai heten en in de administratieve taal bij de naam van zoetwater-nipah bekend zijn. Zij worden daar in sommige streken veel aangeplant, omdat de bladeren een goede dakbedekking (atap) opleveren en uit de bladstelen sterke matten gevlochten worden, maar het meel is er niet in tel en wordt slechts door zeer arme lieden of bij grote schaarste van rijst als voedsel gebruikt. Van de sago en haar aanwending op de overige grote Soenda-eilanden schijnt weinig bekend te zijn, behalve dat met Maleise vaartuigen grote hoeveelheden ruwe sago van Borneo’s noordwestkust en Sumatra’s oostkust te Singapore worden aangebracht om daar in fabrieken, die bijna alle aan Chinezen behoren, tot korrel- of parelsago, de vorm waarin de sago in Europa in de handel komt, te worden verwerkt. Maar het eigenlijke gebied van de sago, waar met geringe moeite uitgestrekte sagotuinen worden aangeplant en onderhouden, waar het merg uit de gevelde en doorgezaagde stammen losgeklopt en uitgelicht en vervolgens gewassen en van houtvezels gereinigd wordt, en waar het zo verkregen meel, op verschillende wijzen bereid, namelijk als pap (papéda), broodjes (lempeng) en als koekjes en gebakjes van velerlei soort, het hoofdvoedsel van de bevolking uitmaakt, zijn de Molukse en Papoease eilanden in het algemeen en Ambon met de omliggende eilanden bovenal. [V]

sago2 [voedingsmiddel]. Maleis sago of sagoe. [P]

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

sago (Maleis sago(e))
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

sago ‘voedingsmiddel, zetmeel verkregen uit een soort palm’ -> Engels sago ‘voedingsmiddel, zetmeel verkregen uit een soort palm’; Duits Sago ‘voedingsmiddel, zetmeel verkregen uit een soort palm’; Deens sago ‘voedingsmiddel, zetmeel verkregen uit een soort palm’; Noors sago ‘voedingsmiddel, zetmeel verkregen uit een soort palm’; Kroatisch sago ‘Maleisische palm; zetmeel uit die palm’; Macedonisch sago ‘voedingsmiddel, zetmeel verkregen uit een soort palm’; Servisch sago ‘Maleisische palm; zetmeel uit die palm’; Sloveens sago ‘voedingsmiddel, zetmeel verkregen uit een soort palm’ ; Bulgaars sago ‘voedingsmiddel, zetmeel verkregen uit een soort palm’; Lets sāgo ‘voedingsmiddel, zetmeel verkregen uit een soort palm’; Maltees sagu ‘voedingsmiddel, zetmeel verkregen uit een soort palm’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

sago voedingsmiddel 1646 [De Jonge II, 394] <Indonesisch

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut