Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sacrament - (genademiddel, wijding)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

sacrament zn. ‘genademiddel, wijding’
Mnl. sacrament ‘wijding, een der christelijke genademiddelen’ in door de werdecheid des sacrements ‘door de genade van het sacrament’ [1236; VMNW], ‘wijding, zalving tot koning’ in Omt sacrament dat hi ontfinc ‘wegens de wijding die hij (David) ontving’ [1240; VMNW].
Ontleend, zowel via Oudfrans sacrament ‘genademiddel, wijding’ [eind 10e eeuw; TLF] (Nieuwfrans sacrement), als rechtstreeks aan Latijn sacrāmentum ‘wijding, zegening’, gevormd met het achtervoegsel -mentum (zie → -ment) van sacrāre ‘zegenen, wijden’, dat zelf een afleiding is van sacer ‘heilig’, zie → sacraal.
In de katholieke kerk worden zeven sacramenten erkend, zoals vastgesteld door het Concilie van Trente (1545-1563): doopsel, vormsel, priesterwijding, biecht, communie, huwelijk, oliesel.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

sacrament [(r.-k.) wijding] {1236} < latijn sacramentum [waarborgsom in een rechtsgeding, krijgseed, heilig geheim, in chr. lat. heilige handeling, sacrament], van sacrare [heiligen, wijden], van sacer (2e nv. sacri) [heilig].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

sacrament znw. o., mnl. sacrament ‘mysterie; een der genademiddelen der kath. kerk’, een kerkelijk woord < lat. sacramenturn o.a. ‘godsdienstig geheim’ van sacer ‘gewijd, heilig’.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† sacrament znw. o., sedert het Mnl. Een in veel talen voorkomende kerkelijke ontlening uit lat. sacrâmentum.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

sacrament o., uit Lat. sacramentum = eed, heilige belofte, van sacrare, denom. van sacer = heilig, verwant met sanctus. In vloekwoorden heeft het de bet. van H. Sacrament des altaars.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

sakkermint (zn.) sacrament; Vreugmiddelnederlands sacrament <1236> < Latien sacramentum.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

sacrament (Latijn sacramentum)

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

krent. De bastaardvloeken by seven sacken krenten en de variant bij hondert duizend krenten zijn substitutievloeken voor bij de zeven sacramenten. Voor telwoorden in bastaardvloeken zie men bijvoorbeeld duizend, honderd, vier, vijf. Voor het vervangen van sacrament door vruchten e.d. zie men vijg, pompelmoes. In het hedendaags Nederlands, maar beperkt tot studententaal, komt voor de verwensing kus/lik mijn krent! De betekenis van krent is ‘achterwerk’. Die betekenis is afgezwakt. De emotionele betekenis van de verwensing duidt op verachting en ergernis en kan weergegeven worden met ‘bekijk het maar, je kunt me wat’. → pompelmoes, sacrament.

sacrament. P.C. Hooft gebruikt al het werkwoord sacramenten ‘sacrament zeggen, vloeken’. Een frequent voorkomende eedformule was bij de sacramente. Hoewel, wat heet frequent, als het WNT de verbinding niet afzonderlijk behandelt en volstaat met een bewijsplaats uit de Historie van Broer Cornelis Adriaensen van Dordrecht [1569]. De frequentie geldt de periode van vóór 1500. Omdat van sacrament zowel de vorm in het enkelvoud, als die van het meervoud voorkomt, is niet op voorhand te beslissen of er sprake is van een verwijzing naar de zeven sacramenten dan wel naar de eucharistie, het voormalige sacrament des altaars. Tot in de 19de eeuw komt sacraments voor in de betekenis ‘vervloekt, verdomd’. Thans is dat gebruik verouderd. De formule blijkt niet verbasterd te zijn vóór de 17de eeuw, maar daarna regent het verminkingen. Vooral het eerste woorddeel moet het ontgelden: akker-, sakker-, sapper-, slabber-, slapper- en setter- zijn het resultaat.
Soms wordt er een ander woord, meestal een bastaardvorm van God, aan toegevoegd. Dat zien wij bijvoorbeeld in: by gantsch ackrementen, by gort slappermenten, gans slobbermente. Soms is die toevoeging een telwoord: wa dusent slappermente, pots duysent slabrementen. In de zestiende- en zeventiende-eeuwse kluchten is de taal uit het leven gegrepen. Wij horen daarin niet alleen de taal van alledag, die ververwijderd is van de renaissance-idealen van de grote auteurs als Hooft, Huygens, Tesselschade e.a., wij kunnen ook ooggetuigen zijn van een hagel van groteske en mogelijk als onderhoudend bedoelde verbasteringen. Zo komt in Bredero’s Klucht van de Koe [1612] o gants sacker venten en in Griane [1616] by seven sacken krenten voor. Als elders speelt hier het telwoord weer een intrigerende rol. Seven zal onmiskenbaar verwijzen naar de zeven sacramenten. Een ander telwoord komen wij tegen in gans duizent sacrament en in de verbastering gans duizent kerrement. De relatie met de sacramenten is volledig losgelaten op het moment dat wij verbasteringen tegenkomen van het type wat duysent secken, dat waarschijnlijk een verkorting is van wat seven secken krenten. De Baere wijst in zijn Krachtpatsers (1940: 123) ook nog op gans vijf menten, dat hij houdt voor een contaminatie van Gods vijf wonden met bi den seven sacramenten. Ook suggereert hij, dat de uitroepen gans suyker krenten, gans suykermelken en hoe duysent suycker-erretten uit Kluchten en Rodd’rick ende Alphonsus [1611] van Bredero teruggaan op by de sacramente. O seuven (‘zeven’) sacken met krenten behelst een komische woordspeling op sacrament. In ons hedendaags materiaal van het algemeen Nederlands is sakkerment niet frequent. Het komt nog voor, maar daarmee is dan alles gezegd. In de dialecten en regiolecten is die frequentie wat hoger, zoals het Zuid-Oostvlaamsch Idioticon laat zien. Daar vindt men ook nog wel heilig sacramenten! dat ergernis, ongeloof e.d. uitdrukt.

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Sacrament (van ’t Lat. sacer = heilig). In de kerktaal is een sacrament een gewijde handeling, die onder een uitwendig teeken onzichtbare genadegiften verleent; in onze taal ook wel genademiddel genoemd. Het getal bedraagt in de R.-Kath. Kerk zeven, nl.: Doopsel, Vormsel, H. Sacrament des Altaars, Biecht, Heilig Oliesel (de gewijde olie aan stervenden toegediend), Priesterschap en Huwelijk. – In de Herv. Kerk komen alleen de Doop en het Avondmaal voor.

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Sacrament, van ’t Lat. sacramentum = heilige gelofte, van sacrare = heiligen, en dit van sacer = heilig, gewijd. Sacristie: van ’t M.-Lat. sacristia: bewaarplaats van heilige zaken.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

sacrament ‘(rooms-katholieke) wijding’ -> Duits dialect Seldrement, Seldriment ‘(rooms-katholieke) wijding’; Indonesisch sakramén ‘(rooms-katholieke) wijding’; Negerhollands sacrament ‘(rooms-katholieke) wijding’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

sacrament (r.-k.) wijding 1236 [CG I1, 26] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut