Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

saboteren - (belemmeren uit protest)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

saboteren ww. ‘belemmeren uit protest’
Nnl. sabotéren ‘plagen, voor de gek houden, beet hebben’ [1847; Kramers], saboteren ‘dingen vernielen uit protest, als strijdmiddel’ in kabels doorsnijden, alle oorlogvoerenden saboteren [1914; Groene Amsterdammer], ‘in de war sturen, belemmeren’ in opgedragen werk saboteren [1949; WNT Aanv. verzet I].
Ontleend aan Frans saboter ‘(opzettelijk) in de war sturen’ [1842; TLF], ‘knoeien, stuntelen, flansen’ [1808; TLF], letterlijk ‘klotsen met de klompen’ [1690; TLF], eerder al ‘met de klompen spelen’ [1564; TLF], een afleiding van sabot ‘klomp, houten schoeisel’ [eind 14e eeuw; TLF]; sabot is onder invloed van Oudfrans bot, bote ‘laars’ (Nieuwfrans botte) vervormd uit Oudfrans çavate, chavate ‘oude schoen, oude slof’ [ca. 1200; TLF] (Nieuwfans savate), dat evenals Spaans zapato ‘schoen’, Portugees sapato ‘id.’ en Italiaans ciabatta ‘slof’ van onduidelijke herkomst is. Misschien zijn deze woorden ontleend aan Arabisch sabbāṭ ‘sandaal, pantoffel’, dat weliswaar niet in klassieke teksten te vinden is, maar wel in het moderne Standaardarabisch bestaat; het Arabische woord is zelf waarschijnlijk ontleend aan een oosterse taal (Rey).
sabotage zn. ‘handeling om iets opzettelijk te beletten of te doen mislukken’. Nnl. sabotage ‘vernieling als strijdmiddel’ in tegen den gemeenschappelijken vijand (het kapitalisme) is “sabotage” van diens hulpmiddelen geoorloofd [1897; WNT], tot staking en zelfs tot sabotage [1911; Groene Amsterdammer], ‘het opzettelijk in de war sturen’ in ambtelijk belemmeren ... dat soms sabotage leek [1920; WNT]. Ontleend aan Frans sabotage ‘het opzettelijk in de war sturen’ [1909; TLF], eerder al ‘het saboteren als strijdmiddel’ [1897; TLF], afleiding met het achtervoegsel → -age van saboter, zie hierboven.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

saboteren [belemmeren uit protest] {1901-1925} < frans saboter [klotsen op zijn klompen, fig. afraffelen], van sabot [klomp] < savate [oude schoen] < baskisch zapata, zapato [schoen] + bot [verminkt], pied bot [horrelvoet], ook dial. nevenvorm van botte [laars], uit het germ., vgl. bot4.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

saboteren ww. sedert de 20ste eeuw < fra. saboter, dat oorspr. betekende ‘met de tol spelen, met klompen trappen’, dan ‘slordig werken’, afgeleid van sabot ‘klomp’.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

saboteren (Frans saboter)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

saboteren ‘belemmeren uit protest’ -> Indonesisch sabotir ‘belemmeren uit protest’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

saboteren belemmeren uit protest 1920 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut