Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

rustiek - (landelijk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

rustiek bn. ‘landelijk’
Vnnl. rustijck ‘boers, onverstandig, ongemanierd’ [1553; Van den Werve], ‘boers’ [1650; Hofman]; nnl. rusticq ‘landelijk, boers’ [1805; Meijer], rustiek [1847; Kramers], een rustiek tentje op een heuveltje, een rustiek bruggetje [1878 resp. 1879; Groene Amsterdammer].
Ontleend aan Frans rustique ‘plattelands-, landelijk’ [ca. 1355; Rey], dat ontleend is aan Latijn rūsticus ‘plattelands-; bescheiden, eenvoudig’, een afleiding van rūs ‘platteland’, verwant met → ruim 2.
De pejoratieve betekenis rustiek ‘ongemanierd’ is alleen in de woordenboeken aangetroffen. Het woord wordt vooral gebruikt als bouwkundige term: een rustiek bouwwerk is gemaakt van weinig bewerkt hout, bijv. boomstammen, schors en takken. Ook spreekt men wel van rustieke meubels, dus gemaakt van weinig bewerkt hout.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

rustiek [landelijk] {1802} < frans rustique [idem] < latijn rusticus [idem], van rus [platteland] (vgl. ruraal).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

rustiek (Frans rustique)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

rustiek landelijk 1924 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal