Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ruchtbaar - (wereldkundig, algemeen bekend)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

ruchtbaar bn. ‘wereldkundig, algemeen bekend’
Vnnl. si ... maecten hem ruechtbaer in dat selue geheele lant ‘zij maakten hem bekend in dat hele land’ [1526; Liesveldt, Mattheus 9:31], ruchtbaer te maken die gesciedenissen ‘de gebeurtenissen wereldkundig te maken’ [1526; Liesveldt, Marcus 1:45].
Leenvertaling van Vroegnieuwhoogduits ruchtbar in de verbinding ruchtbar machen ‘bekend maken, (nieuws) verspreiden’ (nhd. ruchbar machen), een door Luther in de standaardtaal verspreide uitdrukking, met daarin Nederduits ruchtbar ‘openbaar, wereldkundig’, een afleiding met het achtervoegsel -bar (zie → -baar) van het reeds Middelnederduitse zn. ruchte ‘roep, geroep, gerucht’.
Mnd. ruchte is hetzelfde woord als mnl. ruchte ‘geroep’ en mhd. ruoft ‘lasterpraat’ < pgm. *rōp-ti-, een afleiding bij → roepen. Door Primärberührung werd -pt- > -ft- zoals in → bruiloft. Uit -ft- ontstond vervolgens in het mnd. en mnl. -cht- als in → achter. Zie ook → berucht en → gerucht.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

berucht bnw., mnl. berucht(et), beruft(et), “een (slechten) roep hebbend, beschuldigd”, eigenlijk deelw. van beruchten, berochten, beruften “een (slechten) naam geven, beschuldigen” = mnd. beruchten, berochten “een (slechten) naam geven, belasteren”. Dit ww. sluit zich aan bij het znw. mnl. ruchte o. “het roepen, geschreeuw, gerucht, faam” (zeldzaam, in noordnld. teksten) naast gebruikelijker gheruchte o. “id.”, ook “bekendmaking, opschudding, standje” (zelden berucht, beroft o.) (nnl. gerucht), ohd. gehruafti o. “het roepen” (nhd. gerücht: ndd. vorm), mnd.(ge)ruchte, (ge)rochte o. “het roepen, alarm, faam, gerucht”. Vgl. ook de afl. mnl. beruchtich “berucht, onder verdenking staande”, mnd. beruchtich, berochtich “een (goede of slechte) renommée hebbend”, waarvan weer mnl. beruchtighen in bet. = beruchten, mnd. beruchtigen “om hulp schreeuwen, iemand een (goeden of slechten) naam bezorgen”. Uit het verl. deelw. hiervan resp. van beruchten komen nhd. berüchtigt, de. berygtet “berucht”, zw. beryktad “bekend, befaamd”. Mnl. ruchte, wgerm. *hrôftia- o. is een afl. van *hrôfta-, ohd. hruoft m. “geroep, geschreeuw” en dit is een verbaalabstractum bij roepen; voor de bett. vgl. roep. De ongunstige bet. van berucht is dus niet oorspr. Ruchtbaar is eerst nnl. Vgl. nog roemruchtig.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

ruchtbaar bijv., + Hgd. ruchtbar: z. berucht en gerucht.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

rugbaar b.nw.
Alom bekend.
Uit Ndl. ruchtbaar (1599), 'n afleiding met -baar van die verouderde s.nw. rucht (al Mnl.) 'geroep, geskreeu', wat ook nog aangetref word in Afr. berug en gerug.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

rugbaar: bekend, openbaar; Ndl. ruchtbaar, afl. m. suf. -baar v. veroud. Ndl. rucht (Mnl. ruchte, by Kil rucht naas ghe-rucht, “geroep, geskreeu”), vgl. Hd. gerücht – die wd. hou verb. m. Ndl. roep en roepen en m. Afr. roep, eers later m. ongunstige bet.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Berucht is verwant met roepen (Hgd. rufen); de ƒ gaat vaak in ch over: gracht voor graft (van graven); gekocht voor gekoft (volkstaal). Berucht bet. dus: in een roep (en wel in een kwaden) staan. Zie ook gerucht. Oorspr. was berucht ook: in goeden roep staan, vgl.: „Binnen Harderwyck is overlang geweest een seer berugte schole van Latijnsche Leerlingen.” „Het beruchte (hier: beroemde) treurspel Gijsbrecht van Amstel.” „Leef lang, beruchte Oranjeheld!”

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut