Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

rozenwater - (welriekend water, gedistilleerd uit rozenbladeren)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

lulletje rozenwater: halfzacht iemand, doetje. Soms verkort tot rozenwater. Vgl. de vrouwelijke variant: tepeltje* taptemelk. In militaire kringen vaak afgekort tot L. Rozewater (zie Salleveldt).

Hij was zoo’n echte slappewaschvent, meer ’n meisje dan ’n jongen. Het was zoo’n echt rozewatertje. (Het Vaderland, 09/04/1922)
‘Eerst lulletje-rozewater!’ weerde Cis de begerig opdringende kameraden af. (Piet Bakker, Cis de Man, 1947)
Dat lulletje rozenwater, met zijn snoepje van een vrouwtje en zijn twee allerliefste rose kindertjes. (Simon Vestdijk, Het verboden bacchanaal, 1969)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

rozenwater ‘welriekend water, gedistilleerd uit rozenbladeren’ -> Sranantongo rowswatra ‘welriekend water, gedistilleerd uit rozenbladeren’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut