Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

roten - (stengels vochtig houden)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

roten* [stengels vochtig houden] {ro(o)ten 1287} middelnederduits roten, vgl. oudhoogduits rozen [rotten]; daarnaast middelnederlands re(e)ten, reyten [aan stukken scheuren, vlas hekelen], oudnoors reyta [afscheuren]; verwant met rotten.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

roten ww. ‘vlasbewerking’, mnl. rōten, rootten, mnd. rōten ‘vlas roten’, ohd. rōʒēn ‘rotten’ naast mnd. röten, mhd. rœʒen (nhd. rösten) ‘roten’. Daarmee te verbinden on. reyta ‘afscheuren, stukplukken’. — Vgl. ruiter en rotten. — De bewerking van het roten heft de samenhang tussen de vezels op, zodat men van ‘een uit elkaar trekken’ kan spreken. — Uit het daarnaast mnl. reten is overgenomen ne. ret (sedert ± 1440, vgl. Bense 323).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

roten o.w., misspeld voor rooten, Mnl. roten + Ohd. rôʒên (Mhd. rœʒen, Nhd. rósten), Eng. to ret, On. reyta, met ablaut bij rot 3.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

roten ‘stengels vochtig houden’ -> Frans rouir ‘stengels vochtig houden’ Frankisch.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

roten* stengels vochtig houden 1287 [CG NatBl]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut