Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

rook - (hooistapel)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

rook2* [hooistapel] {rōc 1317} oudengels hreac, gotlands rauk [rotsformatie], oudnoors hraukr, naast hrúga [stapel], oudiers crúachrug.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

rook 2 znw. v. ‘hooistapel’, mnl. rooc m., oe. hreac m. ‘stapel, hoop’, on. hraukr m. ‘kegelvormige stapel’, vgl. abl. oe. cornhrycce v. ‘korenmijt’ (ne. rick). — iers cruach v. ‘hoop, opper, heuvel’ (Kluge PBB 10, 1885, 444). — Zie verder: rug.

Gaat men uit van de idg. wt. *(s)kreuk, dan is de k van nl. rook bevreemdend. Maar het komt herhaaldelijk voor, dat tenuis en media in auslaut met elkander wisselen en men behoeft nog niet een wt. *(s)kreug aan te nemen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

rook II (hooistapel), mnl. rooc m. = ags. hrêac m. “stapel, hoop”, on. hraukr m. “kegelvormige stapel”. De consequente ndl. spelling zou met oo in de verbogen casus zijn. Met het oog op den ablautstrap is de verklaring van de k uit kk uit vóórtonige voorgerm. kn onwsch., ofschoon zoodoende een combinatie met on. hrûga v. “hoop op elkaar gelegde voorwerpen”, ier. cruach “hoop” mogelijk zou worden; wel kan ags. corn-hrycce v. “hoop koren” (eng. rick) hierbij hooren, ook echter bij rook. De beide in auslaut verschillende bases kunnen als formantische varianten worden beschouwd; de kortere basis qru- in lit. kruvà, krûvà “hoop”, kráuju, kráuti “ophoopen, opladen”.

[Aanvullingen en Verbeteringen] rook II. Onzeker vermoeden: lit. kráuti enz.: obg. kryti “bedekken, verbergen”, gr. krúptō “ik verberg”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

rook II (hooistapel). De condities, waaronder germ. geminaat naast enkele consonant optreedt, zijn te onzeker (vgl. bakken Suppl. 1e alin.) dan dat combinatie met on. hrûga enz. zou moeten worden afgewezen. Bij lit. krūvà, kráuti: obg. kryti ‘verbergen’ (vgl. v.Wijk Aanv.).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

rook 2 v. (hooistapel), Mnl. rooc + Ags. hréac (Eng. rick), On. hraukr (Zw. rök, De. røg) + Oier. crúach.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut