Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

roofing - (dakbedekking)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

roo’fing (de), (uitspr. E: roe’fing), asfaltpapier en andere daarop gelijkende stoffen waarmee een plat dak bedekt kan worden. Roofing (zwart) 91 cm. br, (DWT 23-2-1981, in adv.). - Etym.: E r, = dakbedekking i.h.a. (E roof = dak). De Clerck: BN r. = ruberoid dakbedekking.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

roofing (Engels roofing)
Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

roofing zn. Ontleend aan het Engels.
= dakwerk; dakbedekking.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal