Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

roodborst - (vogelsoort)

Thematische woordenboeken

K.J. Eigenhuis (2004), Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam

Perzische Roodborst Irania gutturalis (Guérin-Méneville: Cossypha) 1843. Roodborstachtige vogel, die broedt in o.a. Turkije en Iran (= Perzië). Op 3 november 1986 werd de eerste wn. van deze soort in de Lage Landen gedaan (een ♂ in Maasland (ZH) ontdekt door Martin Poot), op 2 juni 1995 de tweede (en tot dusver tevens laatste; een bij Katwijk (ZH)). De soort werd in mei 1966 voor het eerst in Europa opgemerkt, en daarna in 1971 in Zweden [Alström & Colston 1991].
De N naam staat in HFP 1973, en berust ws. op een vertaling van de wetenschappelijke naam en de F naam Iranie à gorge blanche. De witte keel, die vooral bij het ♂ erg opvalt, is het benoemingsmotief voor de namen in andere talen: E Whitethroated Robin, D Weißkehlsänger, F Iranie à gorge blanche, It Pettirosso golabianca [Gooders 1979], zweeds Vitstrupig näktergal, R Solovej-belosjejka [Jonsson 1980; BWP 5,671]. In BWP 5 (1988) wordt als officiële N naam opgegeven: Perzische Nachtegaal (analoog aan de zweedse en R naam), maar deze naam heeft geen opgang gemaakt.
Sp Petirrojo turco is naar het voorkomen in Turkije.
ETYMOLOGIE N Perzië Persia, Persis Persís, Persikè ‘Rijk der Perzen’ [WGR] Persis (= Farsistan) Parsa ‘Perzië’. Het woord perzik is van de geografische naam afgeleid (via Lat en Gr).

Readboarstke Officiële friese naam voor de Roodborst. [De Vries 1911; ViF 1979; Boersma 1972,1994; Visser 1993]. Visser en De Vries 1911 noemen voorafgaand aan de naam van het lemma: Readboarstje. De klemtoon valt op read- (vgl. sub Blaumieske).
In het fries houdt de verkleinvorm van de vogelnaam het langer vol dan in het N, hoewel De Vries 1928 ook al Readboarst als synoniem noemt. De List juny 2003 stelt als nieuwe officiële naam ook Readboarst voor; de noodzaak daarvoor is onduidelijk.

Roodborst Roodborstje Erithacus rubecula (Linnaeus: Motacilla) 1758. Een klein Lijsterachtig, doorgaans zeer vertrouwelijk vogeltje met een oranje-rode borst. De vogel is weliswaar niet groot, maar er bestaan in onze streken kleinere soorten (de Winterkoning en het Goudhaantje). De naam in de verkleinvorm zal dan ook vooral uit genegenheid zijn ontstaan. Houttuyn 1763: “’t Is een Vogeltje dat in ’t wilde zeer aangenaam zingt, en ook in een Kouwtje kan gehouden worden, indien men ’er ’t zelfde Voedzel aan geeft als aan den Nagtegaal. Des Winters komt het zelfs in de Landwooningen zyn aas zoeken; het is gemeenzaam met den Mensch en stout: des Zomers onthoudt het zig in het Geboomte der Tuinen en Plantagiën, leevende van Rupsen en Insekten ... De grootte is iedereen bekend. Het bemint de eenzaamheid, en, in een Kouwtje gedaan zynde by andere Vogeltjes, vegt het geweldig daar mede. Op zyn Gezang is het ook zeer jaloers. Men vindt ’er zelden twee by elkander, en daar van is een Spreekwoord, dat in één Boom nooit twee Roodborstjes zig bevinden (*) ... (*) Una Arbor non capit duos Erithacos.”
De VK (1618): “rood-borstken. rubellio. sax. rhotborstken.” Schlegel 1852 (vet): “HET ROODBORSTJE”. Albarda 1897: Roodborstje. Thijsse 1944: Roodborstje. Kist 1954 en Van Dobben 1957: Roodborst. Fries Readboarstke. Lat rubecula is een verkleinwoord (‘kleine rode’, van Lat ruber ‘rood’).
ETYMOLOGIE N rood rot rot; E red read; zweeds röd, deens/noors rød, ijslands rauður1, färøers reyður2 rauðr; gotisch rauþs; verwante woorden buiten het germ: welsh rhudd, Gr eruthrós4, Lat rufus, ruber; litouws raudas3. Voor de etymologie van borst zie sub Blauwborst.

==

1 IJslands Rauðbrystingur is niet Roodborst, maar Kanoetstrandloper!

2 bijv. färøers Reyðkollur (roodpetje’) is de Barmsijs.

3 in: Raudonkojis sakalas = Roodpootvalk; Raudonkojis tulikas = Tureluur.

4 Zie wetenschappelijke namen van Roodmus, Dwerggans en Zwarte Ruiter.

H. Blok en H.J. ter Stege (2008), De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis, 4e editie, Leidschendam

ROODBORSTErithacus rubecula
Duits Rotkehlchen
Engels Robin
Frans Rougegorge
Fries Readboarske
Betekenis wetenschappelijke naam: van Erithacus onbekend; rubecula = kleine rode. Het Roodborstje is een van onze meest geliefde vogels, al is hij vooral tegenover soortgenoten opvliegend en vechtlustig van aard. De oranjerode kleur van de borst heeft een intimiderende functie; het mannetje verdrijft indringers uit z’n territorium door zijn borst- en keelveren op te zetten. Enkele gewestelijke synoniemen zijn Roodbosjen (Ach), Roodbörst(je) (Ach, Gr), Roodborsie (Tex), Rea(d)boarstje (Fr), Roeëdborsje (ZVl), Rooddannetje (Wou), Roadbusje (Sfr), Readbarkje (Fr) en Roadmosk (Ter). Een Bretonse legende verhaalt dat de borst van de Roodborst door het bloed van Jezus rood werd gekleurd toen hij probeerde een doorn uit diens doornenkroon te trekken. De naam Marialiester (NLb) heeft o.i. ook een religieuze achtergrond. Hij wordt Roodbaard genoemd omdat de keelveertjes zich bij het zingen als een rode baard aftekenen. De Roodborst zingt gedurende het gehele jaar, iets dat vooral in de winter opvalt. Zo kreeg hij ‘winterse’ namen als Winterroodbaardje en Winterfeugeltsje (Ter). Tijdens felle winterse koude kan een Roodborst er soms uitzien als een ‘verkleumd, armzalig hoopje’ vogel. Dat zielige uiterlijk wordt in de volksnamen Poverjan (WZV), Povertje en Poverke (Vla) tot uitdrukking gebracht. De naam Jutik, die hij deelt met het Paapje, betekent ‘uurtikker’ en voert terug op z’n ratelende alarmroep die klinkt als het tikken van een klokje. Een wel heel aparte naam is Graveschijtertje, mogelijk ontstaan door het verblijf van de Roodborst op begraafplaatsen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut