Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

rommel - (ordeloze verzameling voorwerpen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

rommel zn. ‘ordeloze verzameling voorwerpen’
Onl. in de toenaam voor een ‘luidruchtig persoon’ van Reinbert Rombel [1180; Debrabandere 2003]; mnl. Sohier Rommel [1274; Debrabandere 2003], rommel ‘prul’ in wat staet hier dese oude rombole! ‘wat staat die oude prul hier!’ [1479-1517; MNW-P]; vnnl. rommel ‘actieve persoon’ [1599; Kil.]; nnl. rommel ‘een hoop ordeloos liggende dingen, meestal van weinig waarde’ in Een ordeloze rommel [1862; iWNT].
Wrsch. een afleiding van → rommelen, een klanknabootsend werkwoord. De oorspr. betekenis van het zn. is dan ook ‘dof geluid, lawaai o.i.d.’, maar die is dan verouderd. De betekenis is wrsch. via ‘een hoop rommelende dingen’ in ‘een hoop ongeordende dingen’ overgegaan, maar duidelijke attestaties van deze overgangsbetekenis ontbreken. De vorm mnl. rombole geeft slechts een uitspraakvariant weer.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

rommel* [bende] {1866} van rommelen; buiten het germ. latijn rumor [gerucht]; klanknabootsend gevormd.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

rommel znw. m., eerst na Kiliaen, mnd. rummel (> nhd. rummel). Het mnl. kent nog rommelen, rommelinge ‘vodden, lorren’ en de vorm rombole. — Zie verder: rommelen.

Een duidelijk affectieve klankwortel, waarnaast rijmwoorden als dial. limb. lommel en klommel, die klaarblijkelijk naast lomp en klomp staan. Dan kan men rommel op dezelfde wijze met een woord romp verbinden, dat wij in rompslomp kennen (J. Grauls Taaltuin 6, 1937-8, 28-32).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

rommel znw., nog niet bij Kil. Mnl. rombole v. “lor, vod” is bezwaarlijk ’t zelfde woord. Rommel = nnd. en vandaar nhd. rummel m. “rommel”. Van rommelen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1rommel s.nw.
1. Deurmekaar spul. 2. Klomp waardelose goed bymekaar.
Uit Ndl. rommel (1866 in bet. 1, 1885 - 1886 in bet. 2). Ndl. rommel is oorspr. 'n afleiding van rommelen (sien 2rommel). Dieselfde verband tussen 'deurmekaar spul, rommel' en 'geluid' vind ons ook by roes (1roes 3) waar Stoett (1943: 214) opmerk: “'Roes' beteekent dan iets wat zoo maar neergesmeten is, met lawaai is neergekwakt, niet uitgezocht is, de geheele rommel, dat ook denzelfden overgang van beteekenis heeft, als afgeleid van rommelen, lawaai maken, met lawaai vallen”. In Mnl. was die woord vir 'waardelose goed, spul' rommelinge en die vroegste bet. van rommel (1599) was 'persoon wat wild beweeg', in die 17de eeu 'wulpse, onbeskaafde meisie', later 'slordige, wanordelike vrou'. Die huidige bet. is eers vanaf die 19de eeu opgeteken.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

rommel I: s.nw., afvalhoop, versameling waardelose dinge; Ndl. rommel (na Kil) naas Mnl. rommelinghe, “vodde”, word as kn. beskou, maar herk. onseker.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

rommel ‘bende’ -> Zweeds † rummel ‘ongesorteerde partij bloembollen; term bij kaartspelen (vooral bij het piketspel, niet verouderd)’ (uit Nederlands of Duits); Frans dialect rambille; rambile ‘lomp, vod; ziekelijk, zwak persoon, verachtelijke vrouw’; Indonesisch romel, romel-romel, romol ‘allerlei prullen door elkaar, onordelijke bende; ondeugdelijke waar’; Papiaments ròmel ‘bende’; Sranantongo rommel ‘bende’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

rommel* bende 1866 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut