Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

rollen - (draaiend (doen) voortbewegen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

rollen ww. ‘draaiend (doen) voortbewegen’
Mnl. rollen ‘rollen, vallen, tuimelen’ in Die dode rolden haer entare ‘De doden vielen her en der’ [1285; CG II]; vnnl. rollen ‘draaiend doen voortbewegen’ [1622; WNT], ‘rommelen (van de donder)’ [1682; WNT], ‘slingeren’ (van een schip) [1685; WNT]; nnl. ‘(gedeeltelijk) ronddraaien van de ogen’ [1785; WNT], ‘uitgegeven worden (van geld)’ [ca. 1870; WNT].
Ontleend aan Oudfrans röeler, rëol(l)er ‘wegrollen, neervallen’ [ca. 1160; Rey/Morvan] (Nieuwfrans rouler ‘rondwentelend voortbewegen, oprollen’ [16e eeuw; Rey, Morvan]), afgeleid van Oudfrans ruele, roele (Nieuwfrans rouelle) ‘schijfje’, ontwikkeld uit Laatlatijn rotella ‘wieltje, schijfje’, verkleinwoord van klassiek Latijn rota ‘wiel’, zie → rad 1. In het Frans viel dit werkwoord in de 16e eeuw samen met Middelfrans rouler ‘iets oprollen, inwikkelen’ dat was afgeleid van Oudfrans rolle, zie → rol.
De latere betekenissen van rollen zijn veelal ook overgenomen uit Frans rouler, o.a. ‘slingeren (van een schip)’ [1678; TLF], ‘uitgegeven worden (van geld)’ [1685; TLF], ‘ronddraaien (van ogen)’ [1561; TLF].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

rollen [zich wentelend voortbewegen] {1285} < oudfrans roller, teruggaand op latijn rotula (vgl. rol).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

rollen ww., mnl. rollen, mnd. rollen, rullen, mhd. nhd. rollen, ne. roll < vulgair-lat. *rotellare (vgl. ofra. roller) < lat. rotulāre.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

rol, rollen znw. resp. ww. In pl.v. mhd. rolen lees: rollen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2rol ww.
1. Beweeg of laat beweeg deur om en om te draai. 2. Na benede val. 3. Diep en hard weerklink. 4. Woorde voortbring, uiter. 5. Oë ronddraai. 6. Glad, plat maak.
Uit Ndl. rollen (al Mnl. in bet. 1 en 2, 1686 in bet. 3, 1726 in bet. 4, 1784 - 1785 in bet. 5, 1844 in bet. 6).

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

rollen (rolde, heeft gerold), (ook:) 1. zich in liggende houding omdraaien, i.h.b. in bed (wieg, enz.). Kan die baby al rollen? - 2. in liggende houding vrijen, ’kroelen’. Toen viel ik in slaap en ik droomde over Bruynzeelhuizen, dat ik lekker in een twijfelaarbed lag en rolde lekker met mijn vriendin (Doelwijt 1971: 15). Ik denk er aan hoe ik met Irene, het kweekje* van mijn grootmoeder, gerold had over de vloer van de voorzaal* (Ferrier 1968: 138). - 3. zie cacao* rollen. - Etym.: (2) Er kan bij gerold worden in bet. 1 en ook in de AN bet.: zie het tweede cit.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

rol: s.nw. en ww., silindervormige voorwerp, skyf (wu. papierrol, dokument, lys en sedert 17e eeu toneelspelersrol, ens.); as ww. “draai, wentel, vlug verskyn” (bv. woorde, trane, ens.); Ndl. rol (Mnl. rolle), Hd. rolle, Eng. roll, via Fr. rôle of It. rullo/rotolo uit Lat. rotula, “wieletjie”; v. ’n perd laat rol by Teenstra (Scho TWK/NR 7, 2, p. 21), en rolplek by Pet A 407-8; hierby ww. Ndl./Afr. rol(len), Mnl. rollen (ouer as s.nw.) uit Ofr. roller (Fr. rouler = It. rullare uit Lat. rotulāre, “draai, rol”).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

rollen ‘zakkenrollen’ (Rotwelsch rollen)

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

rollen. In Polletje Piekhaar [1935] van Rotterdammer Willem van Iependaal komt de verwensing rol in puinpoejer! voor. Aan de eigenlijke betekenis ‘poeder van puin’ denkt men niet meer. Het gaat meer om gevoelens van afkeer, haat en woede. De boosheid, woede enz. van de verwenser worden hier vertolkt door de donkere klinkers, door de ronkende /r/ en door het allitererende ploffen van de /p/. In Vlaanderen komt volgens Mullebrouck (1984) voor ze moesten u rollen in een ton met nagels! Die verwensing drukt eveneens woede, afkeer, minachting, haat enz. uit en kan weergegeven worden met ‘ik kots van je, rot op, het ergste is alleen goed voor je’. Nagel betekent hier ‘spijker’. → rondlopen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

rollen ‘(zich) wentelend voortbewegen’ -> Deens rulle ‘(zich) wentelend voortbewegen’ (uit Nederlands of Nederduits); Ambons-Maleis rol ‘(zich) wentelend voortbewegen; langdradig praten’; Negerhollands rol ‘(zich) wentelend voortbewegen’; Berbice-Nederlands loro, rolo ‘(zich) wentelend voortbewegen’; Papiaments ròl ‘oprollen; foppen, beetnemen’; Sranantongo lolo (ouder: rollo) ‘(zich) wentelend voortbewegen’; Saramakkaans lólu, lolá, logodá ‘(zich) wentelend voortbewegen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

rollen zich wentelend voortbewegen 1285 [CG Rijmb.] <Frans

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

504. Een dubbeltje (of een stuivertje) kan vreemd rollen,

d.w.z. iets, dat men in 't geheel niet verwacht had, kan toch gebeuren; men kan nooit weten welk een wending of loop iemands lot kan nemen. Vgl. Harreb. II, 318: Een stuivertje kan raar rollen; Het Volk, 24 Dec. 1913 p. 1 k. 3: Maar dat dat dubbeltje zonderling gerold is, wie zal het ontkennen; Cremer, Bet. Novellen bl. 103: Dat stuuverke zou al roar motte loopen as Janssen in den Hoag kwiem; Nw. Amsterdammer, 8 Mei 1915 p. 3 k. 2: Het is niet te verwonderen, dat een geschiedenis in welke munten sprekend worden ingevoerd licht ontaardt in een weinig interessante variatie van ‘hoe een stuivertje rollen kan’; Kunstl. 79: Je wist nooit hoe lollig een rond stuivertje rollen kon in de wereld; fri. in dubeltsje kin raer rolje (as 't op 'e kant komt); zuidndl. je kunt nooit weten hoe een dubbeltje rolt (zie Ndl. Wdb. III, 3542); oostfri. 'n dübbeltje kan mal rullen', sä' de matrôs, dô harr' hê in Amsterdam ên jerlaren un fun' an d' kâp ên wër.

1488. Zijne matten oprollen,

d.i. weggaan, zijne biezen pakken, ‘opduwen’ (18de eeuw), opdoeken, opkramen, indoeken (Opprel, 61), de mars slaan (Sewel, 478). Voor de verklaring dezer uitdr., die o.a. voorkomt in V. Janus, 3, 181 zullen we moeten denken aan vloermatten of wel aan de matten, die rondreizende kunstenaars op den grond leggen om er hunne kunsten op te vertoonen, voor welke meening kan pleiten het Westvl. zijne schilderij oprollen en elders gaan zingen, vertrekken, heengaan, zijne matten oprollen (Schuerm. 589 b). Zie verder no. 229; Schuerm. 366 b; Joos, 88; Antw. Idiot. 1890; Ndl. Wdb. IX, 299; XI, 1136; XIII, 956; Nkr. II, 6 Sept. p. 3; VII, 8 Febr. p. 2; VIII, 5 Sept. p. 2: De aderlating zal het oude Europa zoo geweldig opgefrischt hebben, dat Uncle Sam zijn matten voortaan wel zal kunnen oprollen; De Tijd, 31 Jan. 1914, 2de bl. p. 1 k. 1: Heel de regeering rolt haar matten op, als protest tegen de uitspraak van den krijgsraad; Het Volk, 28 Oct. 1913, p. 1 k. 2: Die man is gesignaleerd. Als de christenen ooit weer wat te zeggen krijgen in de politek, kan hij zijn matten wel oprollen; 22 Oct. 1913, p. 5, k 2: Rolt nu uw matten maar, o booze socialisten; Handelsblad, 1 Oct. 1914, p. 1 k. 4 (avondbl.): Men heeft thans het onwrikbaar vertrouwen dat de Russen wel hun matten kunnen oprollen. Syn. zijne kousen oprollen (Harreb. I, 444 b). In het fri. de mâtten oprolje.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut