Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

rokken - (stok aan spinnewiel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

rokken zn. ‘stok aan spinnewiel’
Mnl. rocke ‘stok aan spinnewiel’ [1240; Bern.], rocken ‘id.’ in Ic hebbe spille ende rocken ‘ik heb een spil en een spinrokken’ [1465-85; MNW-R].
Mnd. rocke(n); ohd. rocko (nhd. Rocken); me. roc (mogelijk ontleend aan het mnl. of mnd.; ne. rock); on. rokkr (nzw. rock), alle ‘stok aan spinnewiel’; < pgm. *rukkan-. In het Duits en het Nederlands is de moderne vorm ontstaan uit de verbogen naamvallen en het meervoud van deze n-stam.
Herkomst onduidelijk. Naast de Germaanse woorden staat alleen Oudiers rogait ‘spinklos’. Van Italiaans rocca ‘spinrokken’; Spaans rueca ‘id.’, Portugees roca ‘id.’, Baskisch arroka wordt aangenomen dat zij ontleend zijn aan een Germaanse taal, bijv. Gotisch *rukka (DELI, Corominas, Machado). Ontlening in omgekeerde richting, waarbij de Romaanse woorden teruggaan op *rotica ‘stok, stang waaromheen iets werd gewonden’, bij Latijn rotāre ‘draaien’, zie → roteren, en waarbij de Germaanse woorden dus juist ontleend zijn aan een Romaanse taal, is weinig waarschijnlijk.
Mogelijk heeft dit woord dezelfde oorsprong als → rok (FvW, Verc.). FvW denkt daarbij aan een oerbeetkenis ‘weven, spinnen’, waarvan beide woorden zijn afgeleid, maar het is ook mogelijk dat de betekenis ‘spinrokken’ overdrachtelijk uit ‘kledingstuk’ is ontstaan: de klos waarop de ruwe wol wordt gewonden kan voorgesteld worden als een poppetje met een kledingstuk om. Men denkt ook wel aan afleiding van de wortel van → ra.
Zie ook → berokkenen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

rokken* [onderdeel van spinnewiel] {rocke, rocken 1201-1250} (de tweede vorm uit een naamvalsvorm van de eerste) oudhoogduits roccho, oudnoors rokkr; etymologie onzeker.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

rokken znw. o. mnl. rocken, rocke ‘spinrokken’; de vorm met n is mogelijk uit de verbogen naamv. afgeleid, want wij vinden verder ohd. rocko (nhd. rocken) en on. rokkr.

De etymologie is twijfelachtig. — 1. te verbinden met ra, dan dus eig. ‘stang, stok’ (Holthausen Altn. Etym. Wb. 231). — 2. Bij oe. renge, rynge ‘spin’, vgl. gr. arachne (Torp, Wortschatz 349), zeer onwaarschijnlijk. — 3. bij mnl. wringen ‘draaien’ (Torp Wb 541), onmogelijk daar mnl. en oostkand. nergens een wr- als anlaut hebben. — 4. bij oiers rucht en dus ook nnl. rok (Zupitza Gutt. 216), wat semantisch onbevredigend is, terwijl dit rok ook al weinig licht verschaft. — 5. uitgaand van de bet. stok voor het vlas winden kan men denken aan verband met rek en rekken (AEW 451). — Ne. rock (nu verouderd), wordt gewoonlijk < on. rokkr afgeleid, maar het late optreden (c. 1310) zou op ontl. < mnl. rocke kunnen wijzen (vgl. Bense 331).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

rok II, rokken (spinrokken) znw. o. De vorm rocken, al mnl. en mnd., is wsch. geabstraheerd uit de verbogen casus en het mv. van het znw. *rukkan-, mnl. rocke, ohd. roccho (nhd. rocken) m. “spinrokken”, waarnaast on. rokkr m. “id.”. Nnl. rok, Kil. rock gaat op rocke terug en is niet = on. rokkr. Eng. rock “spinrokken” is wsch. uit ’t continentale Germ. ontleend. Zie rok I. Uit ’t Germ. it. rocca “spinrokken”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

rok 2 o. (spinrok), Mnl. rocke + Ohd. roccho (Mhd. rocke, Nhd. rocken), Meng. rocke (Eng. rock), On. rokkr (Zw. rock, De. rok) + Oier. rogait: z. rok 1.

rokken o., uit de verbogen vormen van het oudere rokke: z. rok 2.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

rokken* onderdeel van spinnewiel 1240 [Bern.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut