Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

robot - (mechaniek dat menselijke arbeid verricht)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

robot zn. ‘mechaniek dat menselijke arbeid verricht’
Nnl. robot ‘kunstmens in een toneelstuk (zie onder)’ in de als massaproduct gefabriceerde lijfeigenen (Roboter) [1922; NRC], ‘kunstmens (algemeen)’ in daar anders het menschenras spoedig tot een van Robots zou verworden [1924; Vaderland], robot ‘kunstmens’ [1931; Kramers II], “automaat (in mensengedaante)” [1942; Kramers II], ‘mechaniek dat geprogrammeerd is om menselijke werkzaamheden uit te voeren’ [1946; WNT].
Ontleend, wellicht via Engels robot ‘id.’ of Duits Robot ‘id.’, aan Tsjechisch robot ‘id.’, een neologisme dat geïntroduceerd is door de Tsjechische schrijver Karel Čapek (1890-1938) in zijn utopische toneelstuk R.U.R. (Rossum's Universal Robots) uit 1920. Hij leidde het woord af van het zn. robota ‘zware arbeid’, vroeger ‘verplichte arbeid in herendienst’.
Tsjechisch robota gaat met metathese terug op Proto-Slavisch *orbota ‘zware arbeid, slavernij’, waaruit verder o.a. Oudkerkslavisch rabota ‘slavernij’. Dit is een afleiding van de wortel *orb- ‘arbeid’ < pie. *Hrbh-, waaruit ook → arbeid. Hierbij hoort een zn. Oudkerkslavisch rabŭ ‘slaaf’ en men legt wel verband met de wortel *h3orbh- ‘wees’ (IEW 781), waaruit: Latijn orbus ‘kinderloos; ouderloos’, orba ‘wees; weduwe’; Sanskrit árbha- ‘kind’; Oudiers orb ‘erfgoed’; Armeens orb ‘wees’. De betekenissen wijken echter nogal af.
Čapeks robots werden voorgesteld als menselijke wezens die konden werken en praten, maar ook menselijke eigenschappen of gevoelens hadden, bijv. liefde en machtswellust. R.U.R. werd algauw vertaald in het Duits en het Engels en al in 1922 verschenen er artikelen over in Nederlandse kranten.
Tegenwoordig heeft robot een veel algemenere betekenis en kan elk geavanceerd apparaat dat mechanische arbeid verricht zo genoemd worden.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

robot [kunstmens] {na 1950} < tsjechisch robot [slaaf], van robota [gedwongen arbeid], oudkerkslavisch rabota [slavernij], russisch rabota [arbeid]. Het woord kwam internationaal in omloop door R.U.R. van Karel Čapek (1920), een roman waarin gevoelloze kunstmatige mensen een rol spelen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

robot znw. m. ‘kunstmens; mechanisme in de gedaante van een mens’, sedert de 20ste eeuw algemeen internationaal woord, dat teruggaat op het in 1920 door Karl Capek geschreven toneelstuk R.U.S. (Rossum’s Universal Robots), eig. ‘herendienstplichtige arbeider’ < tsjech. pools robota ‘herendiensť (vgl. osl. rabota ‘arbeid van een knecht’ van rabŭ ‘knecht’).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

robot s.nw.
1. Meganisme met die gedaante van 'n mens wat meganiese werk kan verrig. 2. Outomatiese meganisme wat werk van 'n mens verrig. 3. Bekwame, gevoellose werker. 4. Verkeerslig.
In bet. 1 - 3 uit Eng. robot (1923 in bet. 1). In bet. 4 wsk. uit S.A.Eng. robot (1930), of bet. 4 het in Afr. self ontwikkel.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

robot (Tsjechisch robot)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

robot ‘kunstmens’ -> Noord-Sotho roboto ‘kunstmens’ (uit Afrikaans of Engels); Tswana rôbôtô ‘kunstmens’ (uit Afrikaans of Engels); Xhosa robhothi ‘kunstmens’ (uit Afrikaans of Engels); Zoeloe robhothi ‘kunstmens’ (uit Afrikaans of Engels); Zuid-Sotho roboto ‘kunstmens’ (uit Afrikaans of Engels); Indonesisch robot ‘kunstmens’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

robot kunstmens 1931 [KWT] <Tsjechisch

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

robot (← Eng. ← Tsjechisch), populaire discodans uit de jaren tachtig, gekenmerkt door mechanische bewegingen. In Groot-Brittannië en Amerika ook wel body popping genoemd. Ook robot dancing; robotics.

Robot: vorm van electric boogie, met een kort aangehouden spanning, vibraties en stops in geïsoleerde lichaamsdelen. (Marc Hofkamp en Wim Westerman: Aso’s, Bigi’s, Crimi’s, 1989))
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut