Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

rib - (weegbree)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

rib2*, ribbe [weegbree] {ribbe ca. 1200} oudengels ribbe, engels rib, hetzelfde woord als rib1, in de betekenis ‘één der nerven die het bladskelet vormen’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

rup, rub, zn.: rib; smalle weegbree, Plantago lanceolata. Brabants hondsrub ‘smalle weegbree’. Ook Vlaams rebbe, hondsrebbe, -ribbe. Rup met geronde klinker (voor p) < rib vanwege de smalle blaren.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

rup smalle weegbree (Zuid-Limburg). = rib. De plant heeft nl. blaren met erg uitpuilende nerven, zodat die aan de ribben van een mager dier kunnen doen denken.
Heukels 187, ESB XXIII. 204.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut