Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

revalideren - (herstellen van ziekte of ongeval)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

revalidatie zn. ‘herstel na ziekte of ongeval’
Nnl. revalidatie ‘lichamelijk herstel’ in een rapporttitel Revalidatie-rapport naar aanleiding van een bezoek aan een aantal Engelse revalidatie-centra [1948; Picarta], revalidatie “een geheel van maatregelen, medische zowel als sociale, die er op zijn gericht minder valide arbeidskrachten in de kortst mogelijke tijd tot het voor hen meest geschikte werk terug te brengen” [1949; iWNT].
Gevormd met het voorvoegsel → re- ‘opnieuw’ bij het bn.valide in de betekenis ‘in staat tot werken’ met het achtervoegsel -atie voor nomina actionis. Het woord is wrsch. gevormd naar het voorbeeld van Engels rehabilitation ‘revalidatie’ [1940; OED].
In deze betekenis is het woord typisch Nederlands. In andere talen, bijv. Engels revalidation is de betekenis ‘verlenging van geldigheid (van een vergunning)’. Engels rehabilitation ‘revalidatie, herstel van een persoon in oude toestand’ is ontstaan uit ouder ‘herstel van iemands wettelijke en maatschappelijke status’. Deze laatste betekenis is in het Engels verouderd, maar in het Nederlandse equivalent rehabilitatie is die maatschappelijk en juridisch heel courant, zie → rehabiliteren. Rechtstreekse ontlening van het Engelse woord, zoals nog wel in een deeltitel De organisatie van geneeskundige voorzieningen en de rehabilitatie van gebrekkigen [1943; Picarta] van een rapport over de toekomstige ontwikkeling der sociale verzekering in Nederland, lag daarom niet voor de hand: het gewone woord voor ‘lichamelijk herstel van na ziekte of ongeval’ werd revalidatie.
revalideren ww. ‘herstellen na ziekte of ongeval’. Nnl. revalideren ‘(iemand) weer in staat maken arbeid te verrichten of een functie te vervullen’ [begin jaren 1950; iWNT], ‘het weer valide maken of worden’ [1955; Kolsteren], ‘resocialiseren’ [1992; Abeling]. Afleiding van revalidatie met het achtervoegsel → -eren. Eerder bestond wel al het homoniem revalideren ‘opnieuw geldig verklaren’, zoals in vnnl. Wy ... hadden ... gerevalideert, gheconfirmeert ende geapprobeert die voorsz Ordonnantie ‘wij hadden het genoemde voorschrift opnieuw geldig verklaard, bevestigd en goedgekeurd’ [1520; iWNT]. Dat woord is ontleend aan Frans revalider ‘opnieuw geldig verklaren’ [1465; TLF], gevormd uit → re- ‘her-, opnieuw’ en valider ‘geldig maken’ [1411; TLF], zie → valide.
Lit.: A. Abeling (1992), Woordenboek Nederlands, Utrecht, 4e druk

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut