Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

restaurant - (openbaar eethuis)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

restaurant zn. ‘openbaar eethuis’
Nnl. restaurant ‘versterkend middel of voedsel’ [1622; iWNT], ‘openbaar eethuis’ in restaurants, Hun deuren staan steeds open [1855; iWNT].
In beide betekenissen ontleend aan Frans restaurant ‘versterkend middel’ [1521; TLF], later ook ‘openbaar eethuis’ [1803; TLF], het teg.deelw. van restaurer ‘verfrissen’, zie → restaureren.
Het ‘versterkende middel’ kreeg in Frankrijk in het midden van de 16e eeuw de vorm van een krachtige bouillon van gevogelte, specerijen en kruiden. In 1765 werd in Parijs door de kok A. Boulanger onder de naam Restaurant een eethuis geopend waar deze soep de specialiteit was (Spaargaren 2006).
Lit.: F. Spaargaren (2006), Rabarber, ragout en ratatouille, 's-Gravenhage, 124-125

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

restaurant [eethuis] {1862; het woord kwam eerder voor als ‘versterkend voedsel’ 1622} < frans restaurant, eig. teg. deelw. van restaurer [herstellen], maar de betekenis ‘te eten geven’ is jong, afgeleid van het opschrift dat Boulanger in 1765 boven de deur van zijn zaak in de Rue des Poulies aanbracht: Venite ad me omnes qui stomacho laboratis et ego vos restaurabo [komt allen tot mij, die maagklachten hebt, en ik zal u beter maken] (vgl. restaureren).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

restaurant (zn.) eethuis; Nuinederlands restaurant <1855> < Frans restaurant.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

restourant s.nw. Ook restaurant.
Openbare lokaal waar etes en verversings genuttig kan word.
Uit Eng. restaurant (1827).
Eng. restaurant uit Fr. restaurant.
D. Restaurant, Ndl. restaurant (1862).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

restaurant (Frans restaurant)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

restaurant ‘eethuis’ -> Indonesisch réstoran; (Bahasa Prokem) reksotor ‘eethuis’; Jakartaans-Maleis rèstoran ‘eethuis’; Javaans rèstoran ‘eethuis’; Madoerees restoran ‘eethuis’; Minangkabaus restoran ‘eethuis’; Sranantongo rèstowrant ‘eethuis’; Sarnami restoránt ‘eethuis’; Surinaams-Javaans rèstoran, lèstoran ‘eethuis’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

restaurant eethuis 1862 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut