Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

restant - (overschot)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

restant [overschot] {1377} < frans restant, eig. teg. deelw. van rester (vgl. rest).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

restant znw.o., reeds in de 14.eeuw. Van fr. restant, lat. deelw. restans. Ook elders ontleend.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

restant s.nw.
Oorskot, oorblywende gedeelte.
Uit Ndl. restant (al Mnl.).
Ndl. restant uit Fr. restant, die teenwoordige dw. van rester, met lg. uit Latyn restare 'agterbly, oorbly', met lg. van re- 'terug' en stare 'staan'.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

restant ‘overschot’ -> Indonesisch réstan ‘overschot’; Jakartaans-Maleis rèstan ‘overschot’; Javaans rèstan ‘overschot’; Petjoh restan ‘overschot’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

restant overschot 1377 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut