Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

respect - (eerbied, ontzag; opzicht)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

respect zn. ‘eerbied, ontzag; opzicht’
Vnnl. respect eerst alleen ‘aandacht, aanmerking’ in gheen respect op slaende ‘geen aandacht aan schenkend, niet in aanmerking nemend’ [1539; WNT], respect nemende op den prijs van den innecoop ‘rekening houdend met de prijs van de inkoop’ [1558; WNT], dan ook respect ‘ontzag, eerbied’ in Dat zij aen hennen bisschop alle respect, reverentie ende obedientie draegen ‘alle eerbied, ontzag en gehoorzaamheid’ [1568; WNT], ten respecte van ‘ten opzichte van’ [1570; Stall.], respect hebben ‘ontzag hebben’ [1588; Kil.].
Ontleend, zowel via Frans respect ‘ontzag, eerbied’ [voor 1540; TLF], eerder al ‘inachtneming, aanmerking’ [1287; TLF], als rechtstreeks aan Latijn respectus ‘het acht slaan op, overweging’, letterlijk‘ terugblik’, afleiding van respicere ‘omkijken, kijken naar, rekening houden met’, gevormd met het voorvoegsel → re- ‘terug-’ bij specere ‘zien, kijken’, verwant met → spieden. Zie ook → respijt.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

respect [eerbied] {1528 in de betekenis ‘reden’; respeckt [eerbied] 1637} < frans respect < latijn respectus [het omkijken, acht slaan op], van respicere (verl. deelw. respectum) [omkijken, acht slaan op], van re- [terug] + specere (is samenstellingen -spicere) [kijken].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

respect znw. o., sedert Kiliaen < fra. respect, eerst in de 14de eeuw als geleerde overname < lat. respectus ‘ontstaan’. — Zie ook: respijt.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† respect znw. o., sedert Kil. Uit fr. respect, een geleerde ontl. uit lat. respectus, dat als volkswoord ontwikkeld is tot ofr. respit, waaruit mnl. respijt o. (nnl. † respijt o.) en eng. respite.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

respek (zn.) eerbied, ontzag; Nuinederlands respect <1539> < Frans respect.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

respek s.nw.
Aansien, agting.
Uit Ndl. respect (1596). Ndl. respect in die bet. 'rede' is al uit 1528 opgeteken.
Ndl. respect uit Fr. respect uit Latyn respectus 'die omkyk, die ag slaan op'.
D. Respekt, Eng. respect.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

respek: agting, eerbied; Ndl. (sedert Kil) respect, soos Eng. respect, via Fr. respect uit Lat. respectus (hou verb. m. Lat. respicere en respectare, “terugkyk”); v. ook respyt.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

respect (Frans respect)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

respect ‘eerbied’ -> Indonesisch réspék ‘eerbied’; Negerhollands respekt, respect ‘eerbied’; Papiaments † reespek ‘eerbied’; Sranantongo lespeki ‘eerbied; eerbied hebben’ (uit Nederlands of Engels); Saramakkaans lesipéki ‘eerbied’; Surinaams-Javaans lespéki ‘eerbied (hebben), respecteren’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

respect eerbied 1637 [WNT walgen] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal