Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

republiek - (staatsvorm met gekozen staatshoofd)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

republiek zn. ‘staatsvorm met gekozen staatshoofd’
Vnnl. republijck ‘de gemeenschap of het algemeen belang van een stad’ [1553; iWNT], republique ‘de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden’ in om t'Weluaren van de Republique ‘voor het welzijn van de Republiek’ [ca. 1600; iWNT], algemener ‘staatsvorm waarin het volk het voor het zeggen heeft’ in omme ... alle coninghen, princen ende republijcquen te gourmanderen ‘om alle koningen, prinsen en republieken op te slokken’ [1613; iWNT], Republijc ... waar in eenige vande voornaamste en voortreffelijkste uyt den volke, het bewint en bestier des lands hebben [1668; iWNT].
Ontleend aan Frans république ‘staatsvorm zonder erfelijk staatshoofd’ [1549; TLF], eerder al ‘staatswezen, staatsgezag, staatsbelang’ [ca. 1140; Rey], ontleend aan Latijn rēs pūblica ‘staatswezen, staatsbelang’, letterlijk ‘de publieke zaak’, een verbinding van rēs (genitief reī) ‘zaak, ding’, zie → reëel, en het vrouwelijke bn. pūblica ‘algemeen’, zie → publiek 1.
De historische betekenissen ‘staatswezen enz.’ zijn zowel in het Frans als in het Nederlands en de andere ontlenende talen verouderd. In het Nederlands gebeurde dit al in de tweede helft van de 16e eeuw, toen men het woord ging gebruiken ter aanduiding van de toenmalige Nederlandse staat. De huidige, internationale gangbare definitie ‘staatsvorm met een niet-erfelijk bepaald staatshoofd’ werd, hoewel hier en daar al aangetroffen in middeleeuwse en renaissanceteksten, pas algemeen tijdens de verlichting en drong door na het ontstaan van een aantal republieken, met name de Verenigde Staten en Frankrijk, maar ook de Belgische Republiek (1789) aan het einde van de 18e eeuw.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

republiek [bepaalde staatsvorm] {1553} < frans république < latijn respublica [staatszaken, staat, republiek], van res [zaken, belang, staat] + publicus (vr. publica) [staats-] (vgl. publiek).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

republiek znw. v., sedert Kiliaen < ofra. république (sedert ± 1400) < lat. res publica.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

republiek znw., sedert Kil. < fr. république < lat. rês publica. Internationaal woord.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

republiek s.nw.
Tipe regeringsvorm.
Uit Ndl. republiek (1553).
Ndl. republiek uit Fr. république (15de eeu) uit Latyn respublica 'staatsake, staat, republiek', met lg. van res 'aangeleentheid, belang, sake' en publicus 'openbaar', lett. 'openbare, publieke aangeleentheid'.
D. Republik, Eng. republic.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

republiek: gew. staat onder ’n president as hoof; Ndl. (sedert Kil) republiek, soos Eng. (begin 17e eeu) republic, via Fr. république (15e eeu) uit Lat. respublica (res, “aangeleentheid, ding”, publica, “openbaar”, d.w.s. “openbare/publieke aangeleentheid”).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

republiek (Frans république)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

republiek ‘bepaalde staatsvorm’ -> Indonesisch républik, kiblik ‘bepaalde staatsvorm’; Jakartaans-Maleis † kiblik ‘bepaalde staatsvorm; republikeins geld’; Javaans républik ‘bepaalde staatsvorm’; Madoerees republik ‘bepaalde staatsvorm’; Papiaments † republiek ‘bepaalde staatsvorm’; Sranantongo republiek ‘bepaalde staatsvorm’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

republiek bepaalde staatsvorm 1582 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut