Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

rem - (voorziening om een voertuig tot stilstand te brengen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

remmen ww. ‘vaart verminderen’
Onl. mogelijk al in de afleiding chramin- ‘hindering, belemmering’ [8e eeuw; LS]; daarna pas laat mnl. remmen ‘stil doen staan’ [1477; Teuth.]; nnl. remmen eerst alleen ‘vastbinden, samensnoeren’ [eind 18e eeuw; WNT], daarna ook ‘de beweging van iets vertragen door het vastbinden van een wiel’ in een wagen remmen [1857; WNT].
Oe. hremman ‘hinderen, belemmeren’; on. hremma ‘vastpakken’; got. hramjan ‘kruisigen’; < pgm. *hramjan- ‘tegenhouden’. Daarnaast het zn. ofri. hrem-bendar ‘boeien’. Mogelijk is ook onl. chramni ‘omheining’ [8e eeuw; LS] verwant.
Opvallend genoeg bestaan er hiernaast ook r-loze vormen met ongeveer dezelfde betekenissen: onl. chamin- ‘belemmering’ [8e eeuw; LS], mhd. hemmen ‘hinderen, tegenhouden’ (nhd. hemmen, door ontlening ook nzw. hämma), oe. hemman ‘sluiten’. De Vries (1960) beschouwt deze als oorspronkelijk en neemt voor *hramjan- een zogenaamde emfatische -r- aan.
Herkomst onduidelijk. De Oudfriese en Gotische betekenissen wijzen op een oerbetekenis ‘vastzetten’. Wrsch. zijn de Gemaanse woorden dan verwant met Russisch vero. krómka ‘rand; korst’, dial. kromá ‘id.’, Russisch zakromít' ‘met planken afscheiden’, Oekraïens prikromiti ‘stoppen, stuiten’, Pools skromic ‘temmen’, uit pie. *krom-. Andere verwante woorden zijn niet bekend; het betreft in dat geval dus een regionaal Noord-Europees woord. Verband met de wortel pie. *(s)ker- ‘snijden’ (IEW 623-624) is onwaarschijnlijk. De hierboven genoemde r-loze vormen brengt men meestal in verband met pie. *kem- ‘samendrukken, persen’ (IEW 555).
rem zn. ‘belemmering’. Nnl. Rem. Wrijvende stof van hout tegen een wiel aangedrukt om dat stil te houden als het draait [1861; WNT]. Eerder bestond al vnnl. remme ‘plank waarmee de ribben van een schip worden afgedekt’ [1599; Kil.], dat mogelijk hetzelfde woord is. Wrsch. is remme, rem een jongere afleiding van het ww.remmen, met een betekenis die zich vanuit ‘plank’ via ‘plank om een wiel mee af te remmen’ tot ‘rem’ heeft ontwikkeld. ♦ geremd bn. ‘beschroomd’. Verl.deelw. van remmen. Uit de figuurlijke betekenis ‘belemmerd zijn in zijn optreden, handelingen’ ontstond de uitdrukking geremd zijn ‘beschroomd zijn’: het neerdrukkende gevoel van onvermogen en geremd zijn [1934; WNT].
Lit.: J. de Vries (1959), ‘Das -r- emphaticum im Germanischen’, in: Mélanges de linguistique et philologie. Fernand Mossé in memoriam, Paris, 467-485

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

rem znw., nog niet bij Kil. [Kil. “remme. Sax. Sicamb. Tabula sive tegmen costae navis” zal wel een ander woord zijn.] Van remmen ww., niet uit ’t west-Mnl. of Kil. bekend, = Teuth. remmen “stil doen staan”, westf. remmen “id.”, ags. hremman “belemmeren”. Brab. remmen beteekent ook “met een rijgsnoer samen- of dichttrekken”. Hierbij wsch. ofri. hrem-bendar m. mv. “een soort boeien”. Remmen enz. kan met got. hramjan “kruisigen” identisch zijn, dat verder met gr. krémamai “ik hang” verwant is. De oorspr. bet. van germ. *χramjanan zou dan “doen hangen” zijn, vandaar “vastnagelen” en “vasthouden, tegenhouden”. Hierbij misschien nog salisch-frank. chrammîn “het aanvatten”. Anderen combineeren remmen met on. hrammr m. “bereklauw”, ags. hramma m. “kramp”, mnd. ram “id.”, on. hrum(m)r “zwak, gebrekkig”, die verder met rimpel, ramp gecombineerd kunnen worden (χrimm- naast χrimp-): de oorspr. bet. van remmen zou dan zijn: “doen samenkrimpen”.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1rem s.nw.
1. Toestel om die vaart teë te hou of te stop. 2. Belemmering, struikelblok.
Uit Ndl. rem (1861 in bet. 1, 1884 in bet. 2). Mansvelt (1884) vermeld reeds bet. 2, terwyl die vroegste sitaat in die WNT uit 1896 dateer.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetensckap en Kuns

rem: s.nw. en ww., toestel om beweging te vertraag; terughou, vertraag; Ndl. s.nw. en ww., ondersk. rem en remmen (eers end 18e eeu, maar in oostelike dial. al 15e eeu, misk. uit Ned. remmen), verw. hoërop onseker.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

rem ‘voorziening om een voertuig tot stilstand te brengen’ -> Fries rem ‘voorziening om een voertuig tot stilstand te brengen’; Indonesisch rém ‘voorziening om een voertuig tot stilstand te brengen’; Balinees rim ‘voorziening om een voertuig tot stilstand te brengen’; Boeginees reng ‘voorziening om een voertuig tot stilstand te brengen’; Jakartaans-Maleis rèm ‘voorziening om een voertuig tot stilstand te brengen’; Javaans rim, rèm ‘voorziening om een voertuig tot stilstand te brengen’; Kupang-Maleis rem ‘voorziening om een voertuig tot stilstand te brengen’; Madoerees ērrem, rem ‘voorziening om een voertuig tot stilstand te brengen’; Makassaars reng ‘voorziening om een voertuig tot stilstand te brengen; leren dopjes onder de zool van een voetbalschoen’; Menadonees rèm ‘voorziening om een voertuig tot stilstand te brengen’; Minangkabaus rem ‘voorziening om een voertuig tot stilstand te brengen’; Muna remu ‘voorziening om een voertuig tot stilstand te brengen’; Sasaks rem ‘voorziening om een voertuig tot stilstand te brengen; remmen’; Sranantongo rèm ‘voorziening om een voertuig tot stilstand te brengen’; Sarnami rem ‘voorziening om een voertuig tot stilstand te brengen’; Surinaams-Javaans rèm ‘voorziening om een voertuig tot stilstand te brengen’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut